Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 21 | zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. |
| 22 | Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? |
| 23 | Nooit heb Ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet! |
| 24 | en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde. |
| 25 | de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots. |
| 26 | doch er niet naar handelt, kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde op het zand. |
| 27 | de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd." |
| Matteüs 7, 21-27 |
Beginnen de geest wat te laten rusten bij Hem, de rotsgrond van mijn bestaan. Dat onwankelbare van een rotsmassief deed de joden denken aan de God op wie ze leerden vertrouwen: "Luid roep ik tot U, o Heer, mijn rots" (Ps 28,1).
Een paar passen vóór de plaats van het gebed, staande me zijn tegenwoordigheid te binnen brengen, zien hoe Hij mij ziet zoals Hij me "op die dag" zal kennen. Met een gebaar mijn gevoel van eerbied laten uitgroeien.
Het gebed ingaan door de houding van het gebed aan te nemen
en in die houding om de genade vragen, dat al mijn
bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in
dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit, niet gericht op mijn
eigen wil, maar op de wil van God.
Ik bereid me erop voor nog dieper het geheim binnen te gaan van
Gods zelfmededeling door me de geschiedenis te binnen te
brengen en dat is hier, dat het woord van God in Jezus, in de
bergrede tot mij gericht, als een oordeel boven mijn leven blijft
hangen. De onderhouding van dit woord maakt de vruchtbaarheid van
mijn leven uit. Mijn leven zal niet beoordeeld worden naar
rijkdom, aanzien, prestatie, maar heel simpel of ik de wil van
God heb gedaan, dat wil zeggen of ik mij heb laten leiden door
wat Hem behaagt, en of ik me heb overgegeven aan wat Hem behaagt.
De plaats waar Jezus deze woorden sprak: de berg waar Hij zich neerzette en vanwaar Hij zijn leerlingen aanzag en hen onderrichtte. De plaats is ook de situatie waarin ik nu op dit moment verkeer. Want zijn wil geschiedt altijd heel concreet in de situatie van mijn leven nu. En tenslotte kan ik ook naar de plaats kijken van het laatste oordeel: "op die dag", waarop soms al tijdens mijn leven wordt vooruitgegrepen, wanneer ik door de stormen op de proef word gesteld.
Ik vraag om de bijzondere genade die ik verlang: dat het tot mij moge doordringen hoe ernstig Jezus zijn woorden voor mij bedoelt en dat ik metterdaad mijn leven mag inrichten naar zijn woord.
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Niet ieder
die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk
der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de
hemel is. Velen zullen op die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer,
hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw
Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? Maar
dan zal Ik hun onomwonden verklaren: Nooit heb Ik u gekend; gaat
weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet!"
Aan het eind van zijn bergrede zegt Jezus wat ik met zijn woorden
moet doen. Mijn leven ernaar inrichten. Waarom? Omdat Hij het is
die het zegt. En Hij is Godzelf. Dat betekent heel concreet: ik
zal "op die dag" door Hem worden geoordeeld op de onderhouding
van zijn woord. De wetgever zal ook de rechter zijn. Het is niet
voldoende om vroom te zijn ("Heer, Heer" te roepen), evenmin om
duivels uit te drijven of bijzondere krachtdaden te verrichten.
Dat kan allemaal gebeuren zonder dat je zijn wil volbrengt.
Blijkbaar valt de wil van God niet zonder meer samen met wat wij
denken dat goed is. De waarde van mijn leven wordt bepaald aan de
hand van een norm die niet van deze wereld is, namelijk "de wil
van mijn Vader die in de hemel is." De wil van God kan heel
anders zijn dan wat de mensen goed, schoon en juist vinden. Een
voorbeeld: Toen Jezus zijn lijden voorspelde, "nam Petrus Jezus
terzijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: Dat
verhoede God, Heer! Zoiets mag U nooit overkomen!" Toen werd
Jezus heel streng: "Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus: Ga
weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot", dat betekent een
aanleiding om te zondigen door tegen de wil van de Vader in te
gaan. En Hij voegde eraan toe: "Want gij laat u leiden door
menselijke overwegingen en niet door wat God wil" (16,22-23).
Loodrecht staan die op elkaar: menselijke overwegingen van Petrus
vol goedheid en medelijden en wat God wil.
Om mijn leven in te richten volgens de wil van God, is het nodig
dat ik al mijn menselijke overwegingen, hoe verstandig en hoe
goed bedoeld ook, steeds weer opnieuw toets aan Gods bedoeling.
De weegschaal van ons wikken en wegen mag alleen doorslaan door
het gewicht van Gods voorkeur.
Jezus' leefde van de wil van God. Deze was voor Hem spijs: "Mijn
spijs is: de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft, en zijn
werk te volbrengen" (Joh 4,34). Heel zijn wezen bloeit erbij
open, wanneer Hij de wil van God overdenkt: "Ik prijs U, Vader,
Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden
hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan
kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd" (11,25).
"Ieder nu die deze woorden van Mij hoort en ernaar
handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis
op rotsgrond bouwde. De regen viel neer, de bergstromen kwamen
omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar
het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots."
Een woord om verbaasd over te staan: wil je zeker weten of iets
verkeerd afloopt, dan moeten wij onze eigen overweging volgen. Er
mogen nog zulke goede bedoelingen tussen zitten, als het niet
Gods wil is, dan zal het geen standhouden. En dat niet alleen aan
het einde van je leven. Want die regens die neervallen op het
huis, de bergstromen die komen aanspoelen, en de stormen die zich
op het huis storten, hebben in hun opeenstapeling wel iets van
een eindtijdelijke ramp die aan het laatste oordeel voorafgaat,
maar soms kan het je ook tijdens je leven gebeuren alsof alle
kwade machten tegen je samenspannen. Dat mag beschouwd worden als
een voorloper van wat er eens aan het einde van de tijd zal
geschieden.
Gods wil doen kan juist daarom zulk een kracht zijn, omdat men
daarbij niet aanleunt bij iets van deze wereld: bij een
traditie, een mode, een trend, de wetenschap, de mening van de
groep of de eigenzin. Een besluit dat door één van die aardse
machten werd ingegeven, zal geen stand houden. Maar wat ik uit
liefde tot God heb gedaan, zal standhouden: "Ik ben ervan
overtuigd, dat dood noch leven, engelen noch heerschappij, heden
noch toekomst, geen krachten, hoogte noch diepte, noch enig ander
schepsel bij machte is ons te scheiden van de liefde Gods, die is
in Christus Jezus, onze Heer" (Rom 8,38-39).
Aan het eind gesprekjes voeren met de leerlingen tot wie deze woorden het eerst werden gezegd, met Jezus, als met een goede vriend en met zijn Vader over wie Jezus spreekt als over mijn Vader. Een "Onze Vader": "Uw wil geschiede op aarde."
Na afloop tot onderscheiding komen door de vragen van de
reflexie te beantwoorden:
