Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Negende zondag door het jaar


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
21 "Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer!
zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen,
maar hij die de wil doet van mijn Vader
die in de hemel is.
22 Velen zullen op die dag tot Mij zeggen:
Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd
en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven
en in uw Naam veel wonderen gedaan?
23 Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren:
Nooit heb Ik u gekend;
gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet!
24 Ieder nu die deze woorden van Mij hoort
en ernaar handelt,
kan men vergelijken met een verstandig man
die zijn huis op rotsgrond bouwde.
25 De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag,
de storm stak op en zij stortten zich op dat huis,
maar het viel niet in,
want het stond gegrondvest op de rots.
26 Maar ieder die deze woorden van Mij hoort,
doch er niet naar handelt,
kan men vergelijken met een dwaas
die zijn huis bouwde op het zand.
27 De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag,
de storm stak op en zij beukten dat huis,
zodat het volledig verwoest werd."
Matteüs 7, 21-27

Beginnen de geest wat te laten rusten bij Hem, de rotsgrond van mijn bestaan. Dat onwankelbare van een rotsmassief deed de joden denken aan de God op wie ze leerden vertrouwen: "Luid roep ik tot U, o Heer, mijn rots" (Ps 28,1).

Een paar passen vóór de plaats van het gebed, staande me zijn tegenwoordigheid te binnen brengen, zien hoe Hij mij ziet zoals Hij me "op die dag" zal kennen. Met een gebaar mijn gevoel van eerbied laten uitgroeien.

Het gebed ingaan door de houding van het gebed aan te nemen en in die houding om de genade vragen, dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit, niet gericht op mijn eigen wil, maar op de wil van God.
Ik bereid me erop voor nog dieper het geheim binnen te gaan van Gods zelfmededeling door me de geschiedenis te binnen te brengen en dat is hier, dat het woord van God in Jezus, in de bergrede tot mij gericht, als een oordeel boven mijn leven blijft hangen. De onderhouding van dit woord maakt de vruchtbaarheid van mijn leven uit. Mijn leven zal niet beoordeeld worden naar rijkdom, aanzien, prestatie, maar heel simpel of ik de wil van God heb gedaan, dat wil zeggen of ik mij heb laten leiden door wat Hem behaagt, en of ik me heb overgegeven aan wat Hem behaagt.

De plaats waar Jezus deze woorden sprak: de berg waar Hij zich neerzette en vanwaar Hij zijn leerlingen aanzag en hen onderrichtte. De plaats is ook de situatie waarin ik nu op dit moment verkeer. Want zijn wil geschiedt altijd heel concreet in de situatie van mijn leven nu. En tenslotte kan ik ook naar de plaats kijken van het laatste oordeel: "op die dag", waarop soms al tijdens mijn leven wordt vooruitgegrepen, wanneer ik door de stormen op de proef word gesteld.

Ik vraag om de bijzondere genade die ik verlang: dat het tot mij moge doordringen hoe ernstig Jezus zijn woorden voor mij bedoelt en dat ik metterdaad mijn leven mag inrichten naar zijn woord.

 
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. Velen zullen op die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren: Nooit heb Ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet!"

Aan het eind van zijn bergrede zegt Jezus wat ik met zijn woorden moet doen. Mijn leven ernaar inrichten. Waarom? Omdat Hij het is die het zegt. En Hij is Godzelf. Dat betekent heel concreet: ik zal "op die dag" door Hem worden geoordeeld op de onderhouding van zijn woord. De wetgever zal ook de rechter zijn. Het is niet voldoende om vroom te zijn ("Heer, Heer" te roepen), evenmin om duivels uit te drijven of bijzondere krachtdaden te verrichten. Dat kan allemaal gebeuren zonder dat je zijn wil volbrengt. Blijkbaar valt de wil van God niet zonder meer samen met wat wij denken dat goed is. De waarde van mijn leven wordt bepaald aan de hand van een norm die niet van deze wereld is, namelijk "de wil van mijn Vader die in de hemel is." De wil van God kan heel anders zijn dan wat de mensen goed, schoon en juist vinden. Een voorbeeld: Toen Jezus zijn lijden voorspelde, "nam Petrus Jezus terzijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden: Dat verhoede God, Heer! Zoiets mag U nooit overkomen!" Toen werd Jezus heel streng: "Maar Hij keerde zich om en zei tot Petrus: Ga weg, satan, terug! Gij zijt Mij een aanstoot", dat betekent een aanleiding om te zondigen door tegen de wil van de Vader in te gaan. En Hij voegde eraan toe: "Want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil" (16,22-23). Loodrecht staan die op elkaar: menselijke overwegingen van Petrus vol goedheid en medelijden en wat God wil.
Om mijn leven in te richten volgens de wil van God, is het nodig dat ik al mijn menselijke overwegingen, hoe verstandig en hoe goed bedoeld ook, steeds weer opnieuw toets aan Gods bedoeling. De weegschaal van ons wikken en wegen mag alleen doorslaan door het gewicht van Gods voorkeur.
Jezus' leefde van de wil van God. Deze was voor Hem spijs: "Mijn spijs is: de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft, en zijn werk te volbrengen" (Joh 4,34). Heel zijn wezen bloeit erbij open, wanneer Hij de wil van God overdenkt: "Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen. Ja, Vader, zo heeft het U behaagd" (11,25).

 
"Ieder nu die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde. De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots."

Een woord om verbaasd over te staan: wil je zeker weten of iets verkeerd afloopt, dan moeten wij onze eigen overweging volgen. Er mogen nog zulke goede bedoelingen tussen zitten, als het niet Gods wil is, dan zal het geen standhouden. En dat niet alleen aan het einde van je leven. Want die regens die neervallen op het huis, de bergstromen die komen aanspoelen, en de stormen die zich op het huis storten, hebben in hun opeenstapeling wel iets van een eindtijdelijke ramp die aan het laatste oordeel voorafgaat, maar soms kan het je ook tijdens je leven gebeuren alsof alle kwade machten tegen je samenspannen. Dat mag beschouwd worden als een voorloper van wat er eens aan het einde van de tijd zal geschieden.
Gods wil doen kan juist daarom zulk een kracht zijn, omdat men daarbij niet aanleunt bij iets van deze wereld: bij een traditie, een mode, een trend, de wetenschap, de mening van de groep of de eigenzin. Een besluit dat door één van die aardse machten werd ingegeven, zal geen stand houden. Maar wat ik uit liefde tot God heb gedaan, zal standhouden: "Ik ben ervan overtuigd, dat dood noch leven, engelen noch heerschappij, heden noch toekomst, geen krachten, hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel bij machte is ons te scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus, onze Heer" (Rom 8,38-39).

Aan het eind gesprekjes voeren met de leerlingen tot wie deze woorden het eerst werden gezegd, met Jezus, als met een goede vriend en met zijn Vader over wie Jezus spreekt als over mijn Vader. Een "Onze Vader": "Uw wil geschiede op aarde."

Na afloop tot onderscheiding komen door de vragen van de reflexie te beantwoorden:

  1. Waar was ik toen ik niet bij Hem was? In mijn verstrooiingen heeft de eigen wil de overhand.
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Een contact met Hem is alleen mogelijk op grond van overgave aan zijn wil.
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem? Daaraan kan ik zien of ik in het gebed werkelijk gegroeid ben in overgave aan zijn wil.

Huis gebouwd op rots