Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Negende zondag door het jaar


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
1 Na afloop van zijn onderricht aan het luisterende volk,
ging Jezus naar Kafarnaüm.
2 Daar was een honderdman
die een knecht had aan wie hem veel gelegen was;
deze was ziek en lag op sterven.
3 Omdat de honderdman van Jezus hoorde,
zond hij enkele oudsten van de Joden naar Hem toe
met het verzoek zijn knecht te komen genezen.
4 Bij Jezus gekomen riepen zij met aandrang zijn hulp in.
Ze zeiden: "Hij verdient, dat Gij hem deze gunst
bewijst,
5 want hij houdt van ons volk
en heeft op eigen kosten de synagoge
voor ons gebouwd."
6 Daarop ging Jezus met hen mee.
Maar toen Hij niet ver meer van het huis was,
liet de honderdman Hem door vrienden zeggen:
"Heer, doe geen verdere moeite;
ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt.
7 Daarom meende ik ook er geen aanspraak op te mogen maken
persoonlijk naar U toe te komen.
Maar een woord van U is voldoende
om mijn knecht te doen genezen.
8 Want al ben ik zelf een ondergeschikte,
ik heb weer manschappen onder mij;
en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat,
en tot een ander: kom, en hij komt,
en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het."
9 Toen Jezus dit hoorde, stond Hij verwonderd over hem.
Hij keerde zich om en zei tot het volk dat Hem volgde:
"Ik zeg u,
zelfs in Israël heb Ik zo'n groot geloof niet gevonden."
10 Toen de mensen die gestuurd waren,
in het huis terugkeerden,
vonden zij de knecht weer gezond.
Lucas 7,1-10

Beginnen de geest te laten rusten bij Hem. Zonder tussenpersonen. Onmiddellijk bij Hem. Dus niet zoals de honderdman die eerst via "enkele oudsten" en dan via "vrienden" zich tot Jezus wendde en niet "persoonlijk" (v.7). En juist zoals in de omgang met menselijke personen ga ik hier op de juiste wijze met Hem om, wanneer ik Hem met geloof benader. Dat wil zeggen, dat ik het niet in het gevoel zoek en niet verlang naar iets tastbaars of zichtbaars (tekenen en wonderen), maar naar Hem alleen. Gevoelens van onwaardigheid mogen er zijn; in het evangelie reageert Jezus er gunstig op. Maar ze mogen mij niet van Hem afhouden.

Een paar passen van de plaats waar ik ga bidden, een ogenblik staande me Gods tegenwoordigheid te binnen brengen, zien hoe Hij mij ziet, zoals de honderdman zijn knecht "aan wie hem veel gelegen was". Een verhouding dus van ondergeschiktheid en genegenheid. Een gebaar maken van eerbied, me klein maken in een gebaar van aanbidding.

Het gebed ingaan door de houding van het gebed aan te nemen, liggend, zittend of geknield, maar niet bewegen of zien bewegen. In die houding vragen om de genade, dat, zoals ik nu ben, dat zo mijn leven mag zijn, dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.

De geschiedenis: dit is het eerste van twee wonderen die uitdrukkelijk worden verbonden aan het onderricht van Jezus in de veldrede. Jezus maakt zijn eigen woord waar in twee machtsdaden. Zijn woord is een werk-woord, het werkt uit wat Hij ermee wil. De honderdman vertoont de ideale gesteltenis om aan Jezus' woord die kracht te ontketenen die eraan verbonden is: de gesteltenis van een geloof op het gehoor: "Een woord van U is voldoende..." (v.7). Het woord van de honderdman heeft de kerk tot het hare gemaakt en is dus blijvend actueel. Dat woord mag richting geven aan mijn eigen geloof: Jezus geloven op zijn woord.

De plaats: in Kafarnaüm, in alle katholieke kerken ter wereld op het moment voor de heilige communie en in mijn eigen hart.
Dan vraag ik om de bijzondere genade: eeen innerlijke kennis van Jezus Christus onze Heer, zoals de honderdman had. Een geloofskennis die in staat is Jezus in zijn Hart te zien. Een kennis van het Hart van Jezus met zijn eigen hart.

 
"Na afloop van zijn onderricht aan het luisterende volk..."

Het volk doet mij de houding voor waarin ik dit evangelie moet overwegen: 'luisterend'. Open, geen voorbehoud maken, geen voorwaarde stellen. Ook niet iets willen zien, iets zichtbaars, een teken. Maar zoals de honderdman geloven in Jezus' woord, Hem op zijn woord geloven.

 
"... ging Hij naar Kafarnaüm. Daar was een honderdman die een knecht had aan wie hem veel gelegen was; deze was ziek en lag op sterven."

In het leven raken mensen geëngageerd met mensen. Ze gaan van hen houden. Dat is niet verkeerd. Integendeel. De onthechting veronderstelt de hechting, zoals de gehoorzaamheid de eigen wil veronderstelt. Maar als wij uit handen geven wat wij lief hebben gekregen, dan bloedt ons hart zoals het hart van Maria: "uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord" (2,35). Een zinloos gebeuren tenzij er Iemand is die ervan weet. Nu met de overweging van het evangelie niet verder gaan vóórdat ik voor de geest heb waarmee ik van mijn kant op dit moment bij Jezus wil aankomen: aan wie of aan wat is mij "veel gelegen" geweest en dreigde ik te verliezen?

 
"Omdat de honderdman van Jezus hoorde, zond hij enkele oudsten van de Joden naar Hem toe met het verzoek zijn knecht te komen genezen... Daarop ging Jezus met hen mee. Maar toen Hij niet ver meer van het huis was, liet de honderdman Hem door vrienden zeggen: Heer, doe geen verdere moeite; ik ben niet waard dat Gij onder mijn dak komt. Daarom meende ik ook er geen aanspraak op te mogen maken persoonlijk naar U toe te komen. Maar een woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen."

De honderdman gelooft Jezus op zijn woord: hij heeft het niet van zien, maar van horen zeggen: "Omdate de honderdman van Jezus hoorde." En vervolgens zegt hij ook nog eens met evenzoveel woorden, dat hij Jezus Alleen maar op zijn woord gelooft: "Een woord van U is voldoende om mijn knecht te doen genezen." Waarom altijd geloven en niet zien? Waarom moeten wij ons eerst uit handen geven, vóórdat wij in handen krijgen? Omdat Jezus veel meer wil geven dan de gave waarom wij vragen: het behoud van een sympathieke knecht. Jezus wil zichzelf meeschenken met de gave die Hij geeft. Maar om zichzelf te kunnen schenken is geloof nodig. Zo is dat in alle menselijke verhoudingen. Wat een mens is, kun je niet zien. Elke mens is een ondoorgrondelijk mysterie dat zich verliest in een onpeilbare diepte. Wij kunnen daarmee alleen voeling krijgen met ons hart, met ons geloof. Geloof doet recht aan de uniciteit van de persoon.

 
"Want al ben ik zelf een ondergeschikte, ik heb weer manschappen onder mij; en tot de een zeg ik: ga, en hij gaat; en tot de ander: kom, en hij komt; en aan mijn knecht: doe dit, en hij doet het."

De knecht is wat wij zouden noemen een adjudant, een lagere officier die altijd in de buurt is van de honderdman om hem persoonlijke diensten te bewijzen. Het is een vertrouwensfunctie die gewoonlijk aan iemand gegeven wordt die het vertrouwen geniet van zijn chef, zo niet zijn sympathie of genegenheid. De adjudant is een bruikbaar model voor de plaats van de volgeling van Jezus. Ergens is de volgeling een knecht, een dienaar in een positie van volstrekte ondergeschiktheid. Als hij alles heeft gedaan wat hem werd opgedragen, dan moet hij nog zeggen: ik heb alleen maar mijn plicht gedaan (17,10). Van de andere kant is er ook een vertrouwensrelatie, ja van vriendschap: "Wil iemand Mij dienen, dan moet hij Mij volgen; waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Als iemand Mij dient, zal de Vader hem eren" (Joh 12,26).

 
"Toen Jezus dit hoorde, stond Hij verwonderd over hem. Hij keerde zich om en zei tot het volk dat Hem volgde: Ik zeg u, zelfs in Israël heb Ik zo'n groot geloof niet gevonden."

Hier prijst Jezus het geloof van een heidense man, elders prijst Hij het geloof van een heidense vrouw (Mt 15,28). Jezus prijst het geloof van de heidenen opdat de Joden "jaloers zouden worden" (Rom 11,11). En opdat wij die in dezelfde situatie verkeren als eertijds de Joden, in goede naijver zouden ontbranden.
Aan het einde op een persoonlijke manier eindigen door gesprekjes te voeren met Jezus vriendschappelijk, vertrouwelijk zoals de knecht met zijn honderdman. Me door Jezus naar de Vader laten brengen in het vertrouwen dat wie de Zoon volgt, door de Vader geëerd zal worden. Bij de Vader mijn hart uitstorten. Dit laten uitmonden in het gebed van de kerk, het Onze Vader.