In 1975 begon ik mijn loopbaan als docent godsdienst op het Sint-Maartenscollege in Haren, Groningen. De leerlingen verzetten zich tegen elk onderwerp. Wij zaten in de tijd van de politisering van het onderwijs, van de anti-autoritaire idealen, van de maatschappelijke relevantie van de vakken. Het was de tijd dat gelovigen, katholieken en gematigde protestanten, zich wensten te ontworstelen aan de door hen ervaren betutteling van de Kerk. Als ik in een hogere klas een onderwerp ter sprake bracht, werd het binnen enkele minuten tot de grond toe afgebroken.
Ik had toch een mooi vak. Het moest toch mogelijk zijn bij hen interesse te wekken. Heb alle didactische en pedagogische methoden, trucs en foefjes uit de kast gehaald. Toen vroeg ik aan leerlingen: 'Jij heet Robert. En jij Diederik. Weet je wat je voornaam betekent?' Daarin waren ze geïnteresseerd. Sindsdien zoek ik van alle leerlingen die ik voor me krijg, de betekenis van zijn of haar voornaam uit.
Vervolgens vroeg ik: 'Wist je dat er al mensen geweest zijn die hetzelfde heetten als jij? En dat er over die mensen mooie verhalen bewaard zijn gebleven? Er zijn ook vaak schilderijen of andere afbeeldingen van gemaakt.' Ik verzamelde heiligenlegenden, boeken, plaatjes. Ging er zelf op uit om foto's te maken. Vroeg anderen met heiligenafbeeldingen van hun vakantie terug te komen, of met een 'Woordenboekje van voornamen' uit verre streken. Raakte in de ban. Beloofde aan een jongen die Floris heette, naar het plaatsje St. Floris te fietsen op de grens van België en Frankrijk, en met gegevens en foto's terug te komen... Bezorgde op die manier de mensen ter plaatse plezier dat ik, een vreemde, geïnteresseerd was in hun heiligen.
Wat heb ik in het boek gedaan? Ik zoek bij iedere naam de betekenis en vervolgens de patroonheilige, bij iedere heilige de feestdag. Op die manier ontstaat er een eeuwigdurende kalender met op elke dag een of meer heiligen plus de namen die van die heiligen zijn afgeleid.
Namen zonder patroonheiligen (bv. Arabische, Turkse of Chinese) worden zoveel mogelijk uitgelegd en zijn te vinden op 0 november, de denkbeeldige vooravond van Allerheiligen. Want ook al weten wij het niet, er zullen in de hemel vast al dragers zijn van die namen die nog geen officiële patroonheiligen hebben.
Dit alles sluit mooi aan op mijn oude liefde voor kunstgeschiedenis ('als ik geen pater was geworden, had ik kunstgeschiedenis gestudeerd'), mijn plezier in het vertellen van verhalen. Het vergroot mijn kennis van cultuur en geschiedenis. Heel mijn lesgeefideaal komt in deze liefhebberij samen. Achteraf (maar dan ook alleen achteraf!) moet ik die onwillige leerlingen uit de zeventiger jaren mischien wel dankbaar zijn...