Eerste lezing: Jesaja 52,7-10
Tweede lezing: Hebreeën 1,1-6
Evangelie: Johannes 1,1-18
De lezingen zijn gemeenschappelijk in de cycli van de jaren A, B en C
Inleiding
'Puer natus est nobis.' 'Een Kind is ons geboren.' Dat 'ons' was vannacht het 'goddelijke ons'. De Vader zei tot zijn Zoon: 'Je bent mijn Zoon.' Maar nu is God de Zoon onder óns. Want nu, op deze kerstmorgen, worden wij in dat goddelijk 'onder ons' opgenomen. Het Kind is het Kind van God, maar het is ook ons Kind: 'een Kind is ons geboren, een Zoon werd ons geschonken.' Dát is het teken van Gods liefde voor ons, en dat is tevens het mysterie van Kerstmis: dat God zijn liefde schenkt aan de mens! De Kerk mag dat liefdevolle Woord van God, die liefde van God, ontvangen, verkondigen en uitdragen. Zo wordt kerstmis van mensen Kerstmis van God.
Belijden wij dan eerst onze schuld, dat wij die hemelse dimensie uit ons leven wegdrukken, niet toelaten, God niet binnenlaten en geen plaats geven in de herberg van ons hart, om deze heilige Geheimen goed te kunnen vieren.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
In het begin was het Woord
en het Woord was bij God
en het Woord was God.
Dit was in het begin bij God.
Alles is door Hem geworden
en zonder Hem is niets geworden
van wat geworden is.
In Hem was leven
en dat leven was het licht der mensen.
En het licht schijnt in de duisternis,
maar de duisternis nam het niet aan.
Er trad een mens op, een gezondene van God;
zijn naam was Johannes.
Deze kwam tot getuigenis,
om te getuigen van het Licht,
opdat allen door hem tot geloof zouden komen.
Niet hij was het Licht,
maar hij moest getuigen van het Licht.
Het ware Licht,
dat iedere mens verlicht,
kwam in de wereld.
Hij was in de wereld;
de wereld was door Hem geworden,
en toch erkende de wereld Hem niet.
Hij kwam in het zijne,
maar de zijnen aanvaardden Hem niet.
Aan allen echter die Hem wel aanvaardden,
aan hen die in zijn Naam geloven,
gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden.
Zij zijn niet uit bloed
noch uit de begeerte van het vlees
of de wil van een man,
maar uit God geboren.
Het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond.
Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd,
zulk een heerlijkheid
als de Eniggeborene van de Vader ontvangt,
vol genade en waarheid.
Wij hebben Johannes' getuigenis over Hem
toen hij uitriep:
Deze was het van wie ik zei:
Hij die achter mij komt, is vóór mij,
want Hij was eerder dan ik.
Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen,
genade op genade.
Werd de Wet door Mozes gegeven,
de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus.
Niemand heeft ooit God gezien;
de Eniggeboren God, die in de schoot des Vaders is,
Hij heeft Hem doen kennen.
Homilie
Vannacht is ons een Kind geboren. Maar wat hebben wij daar nu van gezien? In de nacht ís er niets te zien. Zo is het in de paasnacht en zo is het in de kerstnacht, die het begin is van de paasnacht, de aanzet ertoe. Maar er is des te meer te horen. De kerstnacht is vol zang, engelenzang, hemelzang en de Kerk is er dan ook vol van. De mooiste melodieën van het Gregoriaans zijn gecomponeerd op de bezieling van deze nacht.
Het gelovige volk zingt de kerstnacht vol met haar mooiste melodieën, die iedereen kan meezingen. En er is niet alleen maar muziek in die liederen, maar ook tekst, en in die tekst worden geheimen ontvouwd. Wat niet te zien is, wat nog nooit in een mensenhart is opgekomen. 'Stille nacht, heilige nacht, vrede en heil wordt gebracht, aan een wereld verloren in schuld. Gods belofte heerlijk vervuld.' Of: 'Nu zijt wellecome, Jesu lieve Heer, Gij komt van also hoghe, van al so veer.' 'Dominus dixit ad Me: Filius meus es Tu. De Heer sprak tot Mij: Gij zijt mijn Zoon. Ik heb U heden verwekt.'
Onvoorstelbare, onbereikbare, voor elke menselijke waarneming ontoegankelijke geheimen worden in de kerstnacht door het woord en door de muziek geopenbaard, toegankelijk gemaakt. Het is dan ook niet wat er te zien is, wat Kerstmis maakt, maar wat er te horen is. De geboorte van een mensenkind wordt door het woord de geboorte van een Godskind. "Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David" (Lc 2,11). En dat woord van die ene engel wordt vervolgens door een heel koor van engelen bevestigd, en de eigenlijk bedoeling van dit reddende tussenbeide komen van deze Davidszoon wordt duidelijk gemaakt: "Eer aan God in den hoge en vrede op aarde onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft" (Lc 2,14). Dat zit erachter.
Met die boodschap, met dat woord, gaan de herders naar Betlehem, en toen zij het teken gezien hadden dat de engel hun had aangekondigd, "maakten zij bekend wat hun over dit Kind gezegd was. Allen die het hoorden, stonden verwonderd over hetgeen de herders hun verhaalden. Maria bewaarde al deze dingen in haar hart en overwoog ze bij zichzelf" (Lc 2,17-19). Dat is eigenlijk de Kerk. De herders van de Kerk hebben het Woord van God uit de hemel ontvangen. Ze laten er niets van verloren gaan. Zij brengen het verder en het wordt in de harten van de gelovigen opgenomen en overwogen. Allereerst neemt Maria, de moeder van alle gelovigen, Het op in haar hart, en dan ook alle gelovigen, om ervan te leven. Waarvan te leven? Van het Woord. Van de liefde van God, die ons door het woord van de Kerk wordt aangereikt. Wat is Kerstmis nu zonder dat Woord van God? Wat is Kerstmis zonder de Kerk, zonder het woord van de Kerk? Dat is een kerstmis van menselijke liefde, van menselijke vertedering. Of niet meer dan een echtpaar met een kind in behoeftige omstandigheden. God-menselijk wordt dan medemenselijk. En wat ben je dan kwijt? Als je je losmaakt van de Kerk en Kerstmis viert zonder de Kerk, zonder de woorden van de Kerk, zonder de leiding van de Kerk, dan maak je je los van de liefde van God, van de liefdevolle leiding van God. Als je niet luistert naar de leider die God heeft aangesteld, als je het beter wilt weten, maak je je los van de liefdevolle plannen die God met je heeft.
Kerstmis is de menswording van het Woord van God. Kerstmis is het voor menselijke oren hoorbaar maken van wat er leeft in het Hart van God. Eerst het woord, eerst horen en dan pas zien. Dat zegt ook het evangelie van deze dagmis. Eerst was er het Woord. "In het begin was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Dat Woord dat in het begin bij God was, staat ook aan ons begin, aan het begin van ons bestaan. God heeft tot ons gesproken door de Zoon. We hoorden het zo-even voorlezen uit de brief van de Hebreeën: door wie Hij het heelal heeft geschapen.
Hij houdt alles in stand door zijn machtig Woord."
Eerst was het Woord. "Toen sprak God: Er moet licht zijn! En er was licht (Gn 1,3). Zo zegt sint Jan het ook: Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven en dat Leven was het licht van de mensen." Ziet u, of beter: hoort u? Het Woord was aan het begin van ons bestaan, het was in het begin ván God, en in het begin bíj God. Daarna was er het licht. "En dat Licht was het leven van de mensen." Leven, menselijk leven, is goddelijk leven, en licht is goddelijk licht, en goddelijk licht is: liefde. In de liefde van God zie je pas jezelf, zie je de wereld pas in haar ware proporties. In het licht van de liefde van God zie je de ander pas goed. Liefde maakt blind, zeggen ze wel. Ja, verliefdheid, en menselijke liefde, maar de goddelijke liefde maakt helderziend. In het licht van Gods liefde zie je de ander staan, gaat je een licht op over de ander, krijg je voeling met de bedoelingen van de ander, met zijn achtergrond, wat er allemaal mee resoneert in zijn reacties.
Maar is er dan echt niets te zien in de kerstnacht? Zijn het alleen maar woorden over wat we niet kunnen zien, over het Hart van God? Zegt de engel niet zelf dat er wél iets te zien is? "Dit zal voor u een teken zijn. Een teken is toch iets dat je kunt zien. En dat teken is: Gij zult het pasgeboren Kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe. Is dat het teken? Wat is dat nu voor een teken? Even tevoren is er gezegd dat er voor hen geen plaats was in de herberg (Lc 2,7). Als het al een teken is, dan is het hoogstens een teken van de ongastvrijheid van de mensen. Eigenlijk meer een teken van ons dan een teken van God. Een teken waar sint Jan van zegt: Het Licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan. Daarvan is dat Kind in de kribbe een teken. Er was voor Hem geen plaats in de herberg.
Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaardden Hem niet. Dus geen teken van Hem? Toch is het niet alleen een teken van onze zonden, maar is het ook een teken van Hem. Het is namelijk een teken in de geest van het teken dat Jezus als volwassene zijn tegenstanders voorhield toen zij Hem vroegen om een teken: Meester, wij willen een teken van U zien. Maar Jezus gaf hun ten antwoord: Geen ander teken zal u gegeven worden dan dat van de profeet Jona. Zoals namelijk Jona drie dagen en drie nachten verbleef in de buik van het zeemonster, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten verblijven in de schoot van de aarde" (Mt 12,38-41).
Noemt Hij dat een teken!? Is dat nu juist niet het tegendeel van een teken? Is dat nu juist niet de doorkruising van alle tekenen, is dat niet het voorgoed en voor altijd afrekenen met het vragen om een teken? Toch is het een teken, maar een teken van Hem, van wat wij Hem hebben aangedaan: de oneer waarmee wij Hem hebben ontvangen. Het teken van onze zonden, door ons aan de mensgeworden God opgedrongen, werd door de God-gebleven-mens vrijwillig opgenomen, overgenomen. Sint Jan drukt dit uit met de woorden: "Het Woord is vlees geworden," offervlees, een door lijden en dood gestorven mensenbestaan. Dat is voor sint Jan en voor de Kerk en voor ons wel degelijk een teken, en wel het allergrootste teken. Het betekent het allergrootste van wat maar denkbaar is: "Wij hebben zijn Heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt. Vol genade en waarheid." Zijn liefde is echt, tot de laatste druppel bloed. God heeft zijn eigen Kind gegeven voor ons. Wij nemen Hem het leven, Hij geeft het leven en daarmee de liefde van de Vader.
Dat vieren wij nog steeds. Een teken dat meer is dan een teken, het is een sacrament, waarin wat door het teken wordt betekend, ook wordt gegeven. De liefde van God wordt niet alleen maar door het Woord aangegeven, nee, dat "Woord is vlees geworden." Dat wordt hier meegedeeld. In het teken is Degene die betekend wordt zelf aanwezig, met zijn Lichaam, met zijn Hart, met zijn liefde. Dat is waar het woord van de herders, uit de engelenmond ontvangen, naar verwijst. Dat is het Geheim dat wij in elke eucharistie vieren. En dat is het Geheim dat wij belijden met het 'credo'.