Eerste lezing: Jesaja 42,1-7
Evangelie: Johannes 12,1-11
Inleiding
Vandaag begint de Goede Week en wij zingen in het intredelied: 'O hoofd vol bloed en wonden.' Wat is daar nu goed aan? Goed is niet wat er te zien is, maar wat er níet te zien is, namelijk het hart waarmee Jezus dat lijden draagt, waarmee Hij onze slechtheid, onze zonden draagt. Ons kwaad. Dat maakt de slechte week, de slechtheid van de mensen, goed. Het is een goed gemaakte week, een tot goedheid voldragen week.
Belijden wij dan eerst onze schuld, dat wij ons nog zo dikwijls niet bewust zijn van zijn overmatige goedheid.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
Zes dagen voor Pasen kwam Jezus te Bethanië,
waar Lazarus woonde, die Hij uit de doden had opgewekt.
Men gaf daar een maaltijd te zijner eer.
Martha bediende
en Lazarus was een van degenen die met Hem aanlagen.
Maria nu nam een pond nardusbalsem,
echte en heel kostbare,
zalfde daarmee Jezus' voeten en droogde ze met haar haren af.
Het huis hing vol balsemgeur.
Daarop zei Judas Iskariot,
een van zijn leerlingen, dezelfde die Hem zou overleveren:
Waarom is die balsem niet voor driehonderd denaries verkocht
en het geld aan de armen gegeven?
Hij zei dat niet omdat hij bezorgd was voor de armen,
maar omdat hij een dief was en uit de beurs die hij bewaarde,
wegnam wat erin kwam.
Jezus echter zei:
Laat haar begaan.
Zij heeft dit gebruik onderhouden
vooruitlopend op de dag van mijn begrafenis.
Want de armen houdt gij altijd bij u,
Mij echter niet altijd.
Intussen waren heel veel Joden te weten gekomen dat Jezus daar was,
en kwamen erheen,
niet alleen omwille van Jezus,
maar ook om Lazarus te zien die Hij uit de doden had opgewekt.
De hogepriesters besloten toen ook Lazarus uit de weg te ruimen,
omdat om hem veel Joden wegliepen
en in Jezus geloofden.
Homilie
Zes dagen voor Pasen
" Pasen is het feest van afbraak en opbouw. Bij het eerste Paasfeest, toen Jezus in Jeruzalem was, heette het: "Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem opbouwen. Jezus echter sprak over de tempel van zijn Lichaam" (Joh 2,19-21). Pasen is het feest van dood en verrijzenis.
Nu is het dus zes dagen vóór dat feest, zes dagen voordat Koning Jezus in zijn liefde tot het uiterste ging, en de tempel van zijn Lichaam zal laten afbreken en door Gods liefde weer zal laten opbouwen; zes dagen vóór zijn liefde tot het uiterste toe. "Jezus, die de zijnen in de wereld bemind had, gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe" (Joh 13,1). Tot welk uiterste? Tot het uiterste waarvan? Tot het uiterste van de boosheid. Het kwaad zal tot het uiterste gaan en dat betekent: Jezus wordt uit de weg geruimd, zoals de overheden hier besluiten met Lazarus te doen. En dit ten dode gewijde Lichaam wordt door Maria gezalfd. Dat is: met verkwistende liefde bemind. Dood en verrijzenis zijn daden van liefde. Het wordt geopenbaard in Lazarus. Jezus voelt echt iets voor mensen. Hij voelt echt iets voor de mensen die Hij uit de dood opwekt. "Jezus hield veel van Marta, haar zuster en Lazarus. Onze vriend Lazarus is ingeslapen" (Joh 11,5 en 11). Wij allen zijn als Lazarus, uitgekozen om te sterven, om opgewekt te worden door de liefde van Jezus. De liefde die sterker is dan de dood. De liefde die sterker is dan de haat, de kille berekening.
Eerst de liefde: "Maria nu nam een pond nardusbalsem, echte en heel kostbare, zalfde daarmee Jezus' voeten en droogde ze met haar haren af." De balsem had voor driehonderd denaries verkocht kunnen worden. Dat zijn driehonderd daglonen, een jaarloon. Maar echte liefde rekent niet. Die liefde is overdadig, geeft meer dan nodig is. En die rekensom is niet van Maria, maar van Judas. De ware liefde is nederig, heeft geen hoog idee van zichzelf. Het is altijd te weinig. Het staat niet in verhouding tot de liefde die ermee wordt uitgedrukt. De liefde beeldt zich niets in.
Maria wast heel nederig Jezus' voeten. De zalving moet eigenlijk geschieden op het hoofd, maar wie zou zij zijn om zo'n gebaar te stellen? Want de Gezalfde is de door God Gezalfde. God heeft het gedaan. Dat hoefde zij niet meer te doen. Iemands voeten wassen is zich minder achten dan de minste van allen. Zoals Jezus in de voetwassing tot uitdrukking wil brengen dat Hij nog onder zijn leerlingen wil staan, hun slaaf wil zijn. Het is een slavengebaar, als een teken van zijn slavendood. Na dit gebaar hing het huis vol balsemgeur. Het huis van de Kerk hangt vol van de balsemgeur van Jezus' liefde en van de wederliefde van zijn leerlingen.
Ook dit huis zal de komende dagen volhangen van de geur van Jezus' liefde. Wij moeten ons verstand loslaten en het huis van ons hart laten vullen met zijn liefde.