Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 1 | en de Olijfberg bestegen in de richting van Betfage, zond Jezus twee van hen vooruit met de opdracht: |
| 2 | en het eerste dat ge zult vinden is een vastgebonden ezelin met een veulen. Maakt die los en brengt ze bij mij. |
| 3 | De Heer heeft ze nodig, maar zal ze spoedig terugsturen." |
| 4 | het woord van de profeet: |
| 5 | Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezel, op een veulen, het jong van een lastdier." |
| 6 | en deden wat Jezus hun had opgedragen. |
| 7 | legden er hun mantels overheen en Hij ging erop zitten. |
| 8 | spreidden hun mantels uit op de weg, terwijl anderen de weg bedekten met twijgen die zij van de bomen hadden gesneden. |
| 9 | "Hosanna, Zoon van David, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna in den hoge!" |
| 10 | raakte de hele stad in beroering en men vroeg: "Wie is dat?" |
| 11 | "Dit is de profeet Jezus uit Nazaret in Galilea." |
| Matteüs 21, 1-11 |
Beginnen de geest wat te laten rusten bij onze
zachtmoedige Koning. Hij kan het zich permitteren om afstand te
doen van alle machtsvertoon: "Het zijn de zachte krachten die het
zeker zullen winnen in 't eind" (H. Roland Holst). Door zijn
zachtmoedige heerschappij vind ik rust voor mijn ziel (11,29).
Alle gewelddadigheid van me laten afglijden en ook alle plannen
(ik ga dit, straks zal ik... enz.) loslaten, zodat ik open kom
voor zíjn macht en zíjn plannen.
Een paar passen voor de plaats waar ik zal bidden, stel ik me in
zijn tegenwoordigheid. Ik maak me klein in een
gebaar van nederigheid, om de nederige Koning te kunnen
ontvangen.
Ik neem de houding aan van het gebed, liggend, zittend of geknield naargelang ik verwacht Hem beter te kunnen vinden. Daar hoort ook een innerlijke houding bij: de bereidheid om God te dienen zoals Hij het verdient: met heel mijn leven. Ik kan dat als een genade vragen: dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.
Dichter naderen tot ons dan God heeft gedaan in Jezus, is niet
mogelijk. Er is dan ook geen betere manier om dicht tot God te
naderen dan door binnen te gaan in de geschiedenis van
Jezus: Jezus is Jeruzalem genaderd, het einde van zijn reis, het
einde van zijn leven. Heel zijn leven kan gezien worden als een
opgang naar Jeruzalem. Hij treedt er binnen als profeet: "Gaat
naar het dorp vóór U..." Hij treedt er binnen als koning: Hij
vordert rijdieren. En Hij laat zich tegemoettreden als koning-messias:
"gezegend Hij die komt in de naam van de Heer." De
geschiedenis gaat door tot op de dag van vandaag, elke keer
wanneer in de eucharistie hetzelfde Hosanna klinkt om de
lijdenskoning in te huldigen. De geschiedenis gaat ook door in
mij elke keer, wanneer ik mijzelf overwin en mijn kruis opneem in
een geest van zachtmoedigheid.
De geschiedenis wordt voor mij pas reëel, wanneer ik me de
situatie ter plaatse voor ogen stel: de helling van de
Olijfberg en alle plaatsen waar Jezus als koning vereerd wordt.
Ook de plaatsen zien waar mijn eigen haan geneigd is koning te
kraaien.
Vóór ik het geheim binnenga met mijn hart, moet ik eerst hulp vragen voor de bijzondere genade: dat ik een inwendige kennis mag hebben van Christus onze Heer, zoals het volk bezat, toen het in Jezus van Nazaret in Galilea de Messias-koning erkende. Dat ook ik mij mag laten innemen door zijn zachtmoedigheid.
Toen Jezus en zijn leerlingen Jeruzalem naderden en
de Olijfberg bestegen in de richting van Betfage, zond Jezus twee
van hen vooruit met de opdracht: "Gaat naar het dorp, daar vóór u
en het eerste dat ge zult vinden is een vastgebonden ezelin met
een veulen. Maakt die los en brengt ze bij mij. En als iemand u
een aanmerking maakt, zegt dan: De Heer heeft ze nodig, maar zal
ze spoedig terugsturen."
Jezus spreekt met koninklijke aanspraken. Koningen kunnen
rijdieren vorderen. Jezus eist dat recht voor zich op, want Hij
is koning van hemel en aarde. Maar tegelijk forceert Hij dit
recht niet tegen de aardse bezitsverhoudingen in: "de Heer... zal
ze spoedig terugsturen." Jezus doet de waarheid in liefde. Hij
gebruikt geen geweld. Hij dwingt anderen niet te bukken voor zijn
recht. Het gaat er dus niet alleen om of ik gelijk heb, maar ook
of ik met mijn geest Jezus navolg in "zachtmoedigheid en
nederigheid" (11,29).
Mag Jezus van mij ook alles vragen? Ook dat kleine... wat voor
mij zoveel als alles betekent?
Dit gebeurde, opdat in vervulling zou gaan het woord
van de profeet: "Zeg aan de dochter van Sion: Zie, uw Koning komt
tot u, zachtmoedig en gezeten op een ezel, op een veulen, het
jong van een lastdier."
Jezus wil Jeruzalem binnenkomen niet op een paard, maar op een ezeltje. Een paard straalt fierheid uit en krijgshaftigheid. Een paard was in die tijd het symbool van mannelijke kracht en daarom van gebrek aan Godsvertrouwen. Zo leerde het volk al van jongs af aan zingen:
"Ik wil zingen voor de Heer, want Hij is de hoogste:
paard en berijder dreef Hij in zee...
De Heer is een strijder,...
Farao's wagens, zijn machtige legers,
Hij wierp ze in zee" (Ex 15,1.3.4).
Doordat God voor ons strijdt, kunnen wij onze eigen krachten sparen.
"De Heer zende u zijn hulp vanuit zijn tempel,
vanaf de Sion zij Hij u tot steun...
De een heeft wagens en de ander paarden,
maar onze kracht ligt in de Naam van God de Heer.
Zij zijn gestruikeld en gevallen,
maar wij staan pal en houden stand" (Ps 20,3.8-9).
Ik zou eens na kunnen gaan of ik bij het overzicht van mijn krachten en mogelijkheden ook het vertrouwen op de Naam van Jezus kan ontdekken. Is Jezus' Naam voor mij een echte kracht?
De mensen die Hem omstuwden, jubelden: "Hosanna, Zoon
van David, gezegend Hij die komt in de naam van de Heer! Hosanna
in den hoge!"
Met deze woorden haalt de kerk nog steeds Koning Jezus binnen: bij het "Sanctus", het "Heilig, heilig". De kerk als geheel heeft de genade gekregen, dat zij nooit op het "Hosanna" het "kruisig Hem" zal laten volgen. Maar de gelovige enkeling heeft die zekerheid nog niet voor zichzelf. "Hosanna" betekent: "red toch". Zo'n uitroep veronderstelt een besef van verloren te zijn zonder die Redder. Pas als ik dat besef heb, kan Jezus mijn redder zijn.
Toen Hij Jeruzalem binnentrok, raakte de hele stad in
beroering en men vroeg: "Wie is dat?" Het volk antwoordde: "Dit is
de profeet Jezus uit Nazaret in Galilea."
"De hele stad" is aan het einde van Jezus' leven wat "heel Jeruzalem" aan het begin was, toen "Herodes het Kind zocht te doden". Toen werd "Herodes verontrust en heel Jeruzalem met hem". Nu "raakt heel de stad in beroering". In onze wereld zijn er altijd machten die de kerk naar het leven staan. Maar "de poorten der hel zullen haar niet overweldigen" (16,18). De kracht waarmee overwonnen wordt, is de kracht van de zachtmoedigheid en de nederigheid. Want de titel die het volk aan Jezus gaf: "Jezus uit Nazaret in Galilea" is een nederige naam die past bij zijn zachtmoedige verschijning.
Niet zakelijk eindigen, maar persoonlijk, door gesprekjes te voeren: met de leerlingen, met Jezus, onze zachtmoedige Koning, die ons voor zich inneemt door zijn zachtmoedigheid. Met de Vader in Wiens naam Jezus het koningschap uitoefent. Een Onze Vader bidden.
Een terugblik of reflexie kan mij leren welke krachten of
geesten mij geleid hebben:
