Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Tweede zondag van Pasen


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
19 Op de avond van de eerste dag van de week,
toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen
gesloten waren uit vrees voor de Joden,
kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei:
20 "Vrede zij u."
Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen
en zijn zijde.
De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de
Heer zagen.
21 Nogmaals zei Jezus tot hen: "Vrede zij u.
Zoals de Vader Mij gezonden heeft zo zend Ik u."
22 Na deze woorden blies Hij over hen en zei:
"Ontvangt de heilige Geest.
23 Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven,
en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven."
24 Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd,
was echter niet bij hen toen Jezus kwam.
25 De andere leerlingen vertelden hem:
"Wij hebben de Heer gezien."
Maar hij antwoordde:
"Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen
zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan
steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker
niet geloven."
26 Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis
bijeen, en nu was Tomas er bij.
Hoewel de deuren gesloten waren kwam Jezus binnen,
ging in hun midden staan en zei: "Vrede zij u."
27 Vervolgens zei Hij tot Tomas:
"Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen.
Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde
en wees niet langer ongelovig maar gelovig."
28 Toen riep Tomas uit: "Mijn Heer en mijn God!"
29 Toen zei Jezus tot hem:
Omdat ge Mij gezien hebt gelooft ge?
Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben."
30 In het bijzijn van zijn leerlingen
heeft Jezus nog vele andere tekenen gedaan
welke niet in dit boek zijn opgetekend,
31 maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven
dat Jezus de Christus is, de Zoon van God,
en opdat gij door te geloven leven moogt in zijn Naam.
Johannes 20,19-31

Beginnen de geest te laten rusten door contact te zoeken met Hem. Ik hoef Hem maar te laten komen. Hij neemt het initiatief, zoals Hij uit eigen beweging, tegen alle verwachting, ja zelfs tegen alle menselijke mogelijkheden in bij zijn leerlingen binnenkwam.

Een paar passen van de plaats waar ik ga bidden omhoog zien, zoals de apostel Johannes Hem zag: "En toen ik mij omkeerde zag ik zeven gouden luchters en tussen de luchters iemand als een Mensenzoon, gekleed in een gewaad dat tot de voeten reikte, het middel omgord met een gouden gordel... zijn gelaat schitterde als de zon in haar kracht" (Openb 1,12-13.16).
Een gebaar maken van aanbidding zoals Sint Jan spontaan deed. "Toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten" (Openb 1,17).

Het gebed ingaan door de houding van het gebed aan te nemen, knielend, zittend of liggend, maar niet bewegen zodat ik er beter op kan letten hoe ik bewogen wórd. Leven is zelf-beweging. Als Jezus leeft, dan beweegt Hij zich. Ook in mij. Dat vraag ik ook als een genade, dat ik mij in al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden mag laten leiden door de bewegingen van zijn Geest, zodat alles strekt tot lof en dienst van zijn goddelijke Majesteit.

Ik overzie de geschiedenis:

  1. De apostelen zitten opgesloten in hun vrees.
  2. Jezus schenkt hun zijn vrede, een vrede die gebonden is aan de tekenen van zijn nederlaag: wonde-tekenen en daarom niet meer te niet gedaan kan worden.
  3. Jezus neemt hen op in zijn eigen vredes-zending door de Vader en schenkt hun zijn Geest.
  4. Tomas formuleert als eerste de kerkelijke geloofsbelijdenis: "Mijn Heer en mijn God", en dat zegt hij van de Gekruisigde.
  5. Jezus wijst ons naar zijn heilig Hart en zijn onsterfelijke liefde. Daarom moeten wij geloven. Liefde valt door geen teken te bewijzen.

Om het geheim binnen te kunnen gaan is het nodig dat wij aan de buitenkant beginnen: ons de plaats voor ogen stellen waar het gebeuren zich afspeelde. Misschien de zaal van het Laatste Avondmaal.

Tenslotte me realiseren hoe groot de bijzondere genade is die ik hier hoop te krijgen: dat ik met de ogen van het geloof mag zien hoe Jezus leeft door de dood heen en dat Hij mij mag troosten zoals Hij het met zijn leerlingen deed.

 
"De deuren gesloten... uit vrees..."

Bidden bestaat bij de gratie van het niet verdringen van je gevoelens: ze er laten zijn en ze zo als het ware uit hun krachten laten groeien. Bijvoorbeeld gevoelens van vrees: "Onder het volk werd heimelijk veel over Hem gesproken. Sommigen noemden Hem een goed mens, anderen daarentegen een volksmisleider. Maar niemand durfde vrijuit over Hem spreken uit vrees voor de Joden" (Joh 7,12-13). Voor Jezus en zijn kerk uitkomen in onze samenleving vraagt veel moed. Je wordt buitengesloten juist zoals toen: "Toch geloofden ook velen van de aanzienlijken in Hem, maar vanwege de Farizeeën durfden zij er niet voor uitkomen, omdat zij bang waren uit de synagoge gestoten te worden. Hun was meer gelegen aan de eer van de kant van de mensen dan aan de eer die van God komt" (Joh 12,42-43). Zo waren "de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten uit vrees voor de Joden." Om deze blijde boodschap ook aan mij te kunnen laten gebeuren, moet ik niet blijven stilstaan bij de vrees van de leerlingen, maar moet ik mij mijn angst te binnen brengen. Waarvoor ben ik bang? Ik mag bang zijn. Het evangelie gaat ervan uit dat ik bang ben. Bang omdat mijn leven niet in goede handen is? Bang om me toe te vertrouwen aan de zorg van een ander, bang om me los te laten, angstig mijn hart vasthoudend voor de toekomst? Bang om uit de groep te springen, om alleen te staan? Ik mag mijn angst zo groot laten worden als ze is, zó groot, dat ik erin dreig te verdrinken. Laat die golf van angst maar binnenspoelen in de boot van mijn hart: "Toen de duisternis reeds was ingevallen, was Jezus nog niet bij hen gekomen. De zee was woelig, want er stond veel wind. Na ongeveer vijf en twintig stadiën geroeid te hebben, zagen zij Jezus te voet over het meer tot vlak bij de boot komen en zij werden bevreesd. Maar Jezus sprak tot hen: Ik ben het, wees niet bang" (Joh 6,17-19). Als wij alle vrees maar in ons laten opkomen, kan Jezus' vrede zich meten met onze vrees.

 
"kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u."

De vrede van Jezus nu binnenlaten in de zones van mijn hart waar de vrees heerst. Zijn vrede het laten opnemen tegen wat mij bang maakt. Wat is dat voor een vrede? "Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden" (Joh 14,27). De vrede van de wereld is de vrede na de strijd en de oorlog. De vrede van Jezus blijft ons bij in vredeloze, angstaanjagende omstandigheden. Zoals een vredelievend mens vrede om zich heen verspreidt, zo staat Jezus midden in zijn kerk. Zijn vrede stut en schraagt de hele kerk.

 
"Na dit gezegd te hebben, toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde."

De vrede van God is gebonden aan de nederlaag: de dood aan het kruis waarvan zijn wonden in handen en zijde het teken zijn. Het is geen groot teken, maar een kruis-teken, de doorkruising van alle tekens. Toen de Joden een teken uit de hemel vroegen, toen was het antwoord: "Een slecht en overspelig geslacht verlangt een teken. Geen ander teken zal hun gegeven worden dan het teken van Jona de profeet"... "drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster", "zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten verblijven in de schoot van de aarde" (Mt 12,39-40). Drie dagen onder de grond. Hij liet over zich heen lopen.
Heb ik ergens ook zo'n teken? Wat doe ik ermee? Verwerpen, me eraan ergeren (1 Kor 1,22-23), erin berusten, compenseren? Of geef ik me eraan over? Ben ik er zelfs trots op? "...Ik zal het liefste roemen op mijn zwakheden. Dan zal de kracht van Christus in mij wonen. Daarom heb ik behagen in vernedering en smaad, vervolging en benauwdheid om Christus' wil. Wanneer ik zwak ben, dan ben ik sterk" (2 Kor 12,9-10).

 
"Nogmaals zei Jezus tot hen: Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u. Na deze woorden blies Hij over hen en zei: ontvangt de heilige Geest."

De leerlingen ontvangen de vrede van Jezus om ze naar buiten uit te dragen. Ze worden opgenomen in de eigen vredeszending van Jezus. De vrede die ik in het gebed van Christus mocht ontvangen, is niet bestemd voor mij alleen. Het moet niet iets voor mij zelf alleen blijven. Dan wordt het duf. Die vrede is ervoor om ze naar buiten uit te dragen en om ze in mijn contacten te laten uitstromen naar anderen. Ik zou me kunnen afvragen hoe ik méér vrede zou kunnen leggen in mijn woorden, reacties, handelingen? Vooral moet ik mij herbronnen in de vrede van Christus, wanneer ik geconfronteerd word met het kwaad.

 
"Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven."

Met deze woorden stelt Jezus zijn leerlingen aan tot priesters die bekleed zijn met zijn volmacht om de zonden te vergeven in naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, in de naam van God. De Vader wordt door Jezus onrechtstreeks genoemd door het passief te gebruiken: "zijn ze vergeven", namelijk door de Vader. Maar die woorden hebben ook voor elke volgeling betekenis. Het mens-onmogelijke altijd maar weer te moeten vergeven, wordt met dit woord mogelijk gemaakt. Krachtens de Geest van God die Jezus over zijn kerk, over ons uitademde, zijn wij in staat te vergeven wat wij met onze eigen geest nooit zouden kunnen opbrengen. De vrede van Pasen is een vrede die in staat is ons hart te veranderen jegens onze vijanden. De namen van die mensen zal ik nu noemen in het Onze Vader, bijvoorbeeld als volgt: "Mijn Vader... vergeef mij mijn schuld zoals ik de schuld vergeef van..."

 
"Tomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen, toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: Wij hebben de Heer gezien. Maar hij antwoordde: Zolang ik in zijn handen niet het teken van de nagelen zie, en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken, en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik zeker niet geloven."

Anderen brengen ons bij Jezus, vertellen ons over Hem, getuigen van hun ervaring van Hem. God werkt door anderen. God heeft de mensen nodig. Wij hebben een grote verantwoordelijkheid voor elkanders geloof. De manier waarop wij over ons geloof en over de kerk praten, maar vooral de manier waarop wij het geloof léven, is dikwijls beslissend voor het geloof van de anderen.
Nu met Tomas mijn geloof aan het woord laten: wanneer zeg ik Tomas na: "als dit of dat niet gebeurt, waar blijven we dan?" "Als er niet iets verandert in de kerk of in onze groep of in ons gezin, dan hoeft het voor mij niet meer." Waar stel ik grenzen aan mijn inzet? En aan de mogelijkheden van de Verrezene?

 
"Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen en nu was Tomas erbij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: Vrede zij u."

Jezus herhaalt het telkens opnieuw, iedere keer wanneer er nieuw ongeloof in ons opkomt, net zo lang totdat Hij ons helemaal voor zich gewonnen heeft en ons vertrouwen grenzeloos is geworden. Geloof ik, dat Jezus mij nooit zal loslaten, het steeds weer opnieuw met me wil proberen?

 
"Vervolgens zei Hij tot Tomas: Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig."

De Gekruisigde is de Verrezene. Het grootste kwaad, de moord op de Zoon van God, wordt door Jezus in liefde gedragen. De wonden van de Godshaat zijn de glorie-tekenen van de goddelijke liefde. Met de grootst mogelijke verering zal ik de heilige wonde-tekenen vereren. Zij stralen van liefde voor mij.
Met dit tafereel eindigt het evangelie van Sint Jan: de Verrezene in het midden van zijn apostelen die nu allemaal geloven. In het midden Hij, uit Wie de kerk voortkomt, steeds weer opnieuw, wijzend naar zijn eigen midden, zijn Hart. Als een uitnodiging aan ons om uit onszelf te treden en om te geloven wat niet te zien is en onzichtbaar blijft: het hart van God.

De overgang naar het leven van werk en contact met grote zorgvuldigheid omringen. Na een verblijf in dit gezelschap ga ik bij het afscheid nog eens de kring rond om met elk persoonlijk te praten. Met de apostelen, Tomas in het bijzonder, met Jezus als vrienden onder elkaar. Me door Jezus laten begeleiden tot bij de Vader. Aan de Vader mijn hart geven. Een Onze Vader bidden.

Tenslotte zal ik mij ervan bewust maken hoe het gebed is verlopen, waar er nog weerstanden waren en waar ik vooruitgang maakte. Een reflexie aan de hand van de volgende vragen:

  1. Waar was ik toen ik niet bij Hem was? Waar bleef ik hangen in mijn vrees, ongeloof? Wat doet er een appèl op mij buiten Jezus?
  2. Waar was ik wel bij Hem? Waar kreeg Hij met zijn vrede vat op mijn vrees? Waar kreeg Hij het gedaan om mij buiten mijzelf te doen treden in overgave aan zijn liefde?
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem? Nu het bidden is opgehouden, merk ik dat er blijvende gevoelens voor Hem in mijn hart zijn?