Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Vierde zondag van Pasen


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
1 In die tijd zei Jezus:
"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Wie niet door de deur,
maar langs een andere weg
de schaapskooi binnengaat,
hij is een dief en een rover.
2 Maar wie door de deur binnengaat,
is de herder van de schapen.
3 Hem doet de deurwachter open.
De schapen luisteren naar zijn stem;
hij roept zijn schapen bij hun naam
en leidt ze naar buiten.
4 En als hij al zijn schapen
naar buiten heeft gebracht,
trekt hij voor hen uit,
terwijl zij hem volgen,
omdat zij zijn stem kennen.
5 Een vreemde echter zullen ze niet volgen;
integendeel, zij zullen van hem wegvluchten,
omdat ze de stem van vreemden niet kennen."
6 Deze gelijkenis vertelde Jezus hun,
maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen.
7 Een andere keer zei Jezus tot hen:
"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Ik ben de deur van de schapen.
8 Allen die vóór Mij zijn gekomen,
zijn dieven en rovers,
maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.
9 Ik ben de deur.
Als iemand door Mij binnengaat,
zal hij worden gered;
hij zal in- en uitgaan en weide vinden.
10 De dief komt alleen maar om te stelen,
te slachten en te vernietigen.
Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten,
en wel in overvloed."
Johannes 10, 1-10

In het gebed hoeven wij maar te luisteren naar de stem van Jezus in het evangelie. We hoeven niet zelf iets te bedenken. Eerst de geest laten rusten bij Hem.

Een paar passen vóór de plaats van het gebed me eerst zijn tegenwoordigheid te binnen brengen, zien hoe Hij mij ziet en ik nooit aan zijn waakzaamheid ontsnap. Ik mag verstrooid zijn, mijn herder Jezus is het nooit. Om dat besef te laten uitgroeien druk ik mijn gevoel van eerbied en overgave uit in een gebaar van eerbied en aanbidding.

Pas dan neem ik de houding aan van het gebed, liggend, zittend of geknield, zo min mogelijk bewegen en zien bewegen, zodat ik beter kan letten op hoe Hij mij leidt. Ik vraag dat ook als de genade voor heel mijn leven, dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.

Binnen het oude verbond werd de verhouding tussen volk en God gezien als de verhouding tussen kudde en herder. Daar speelt Jezus in deze parabels op in. Ja, Hij neemt de rol op zich van de herder in Gods naam. Omdat Hij de ware, rechtmatige herder is, komt Hij langs de deur van de schaapskooi van het Jodendom binnen. En eigenlijk zou de deurwachter, hogepriester Kajafas, Hem open moeten doen. De herders van Israël fungeerden als het ware als deur. Bij het in- en uitgaan van de schapen gingen zij in de ingang staan. De schapen gingen af op het stemgeluid van de eigen herder. Zo doen ook de eigen schapen van herder Jezus. Er zijn nog andere herders, pseudo-herders, vreemden, dieven en rovers. Misschien uit de partij van de zeloten die Jezus' vrede-lievende geweldloze opzet doorkruisen met hun strategie van geweld en revolutie. Jezus noemt ze hier: "dieven en rovers". Maar de bekoring om het evangelie van Jezus te reduceren tot een politieke bevrijdingsbeweging is van alle tijden. Het zal mij niet moeilijk vallen om te zien hoe ik zelf voor de bekoring bezwijk door met geweld een of andere oplossing te forceren in situaties die eigenlijk alleen maar gedragen en geduld moeten worden.

De plaats is allereerst de tempel, meer in het bijzonder de voorhof van de tempel die de vorm heeft van een schaapskooi en ook zo heet. Verder kan ik me een situatie voorstellen waaruit ik me zou moeten laten bevrijden door herder Jezus, de schaapskooi waarin ik opgesloten zit en waarvoor Hij de deur is.

Ik vraag om de bijzondere genade waarnaar ik verlang: Hem beter te mogen leren kennen met een innerlijke kennis als de schapen hebben van de stem van hun herder.

 
In die tijd zei Jezus: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:..."

Wij kennen dat woordje "voorwaar" uit de liturgie: Amen. Daar dient het als een plechtige bevestiging door het volk van wat de verkondiger met overtuiging en nadruk heeft uitgesproken. De verkondiger neemt de plaats in van Jezus, die een groot aantal van zijn uitspraken met het "amen, amen, voorwaar, voorwaar, Ik zeg u" inleidde. Jezus is overtuigd en zeker, niet door de weerklank van zijn woord op zijn gehoor, maar Hij is zeker, omdat Hij is wie Hij is. Hij ís het levende "amen". Hij is "amen" in eigen persoon: "Zo spreekt 'Amen', de getrouwe en waarachtige getuige, de oorsprong van Gods schepping" (Apok 3,14).
Hier zal ik me eerst verbinden met de Persoon die het woord gaat voeren, alvorens ik me bezig ga houden met wat Hij zegt. Eerst wie. Dan pas wat. Jezus ís immers het Woord van God.

 
"Wie niet door de deur, maar langs een andere weg de schaapskooi binnengaat, hij is een dief en een rover. Maar wie door de deur binnengaat, is de herder van de schapen. Hem doet de deurwachter open."

Vanouds werd de verhouding tussen God en zijn volk voorgesteld onder het beeld van herder en kudde: "God de Heer zegt: Ik zal zelf omzien naar mijn schapen en er voor zorgen. Zoals een herder omziet naar zijn schapen, als die verstrooid zijn geraakt, zo zal ook Ik naar mijn schapen omzien" (Ez 34,11-12). Nog veel ouder is psalm 23:

"De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken.
Hij wijst mij te liggen in grazige weiden,
Hij voert mij naar wateren der rust" (Psalm 23,1-2).

Jezus stapt in Gods rol als herder over Israël. Jezus is de herder in Gods plaats. De deurwachter zou Hem dan eigenlijk open moeten doen. Die deurwachter is de hogepriester Kajafas. Jezus heeft niets van een dief of van een rover. Jezus is een herder die niemand het leven neemt, maar zelf het leven geeft: "Ik ben de goede herder. De goede herder geeft zijn leven voor zijn schapen" (Joh 10,11). In deze toespraak houdt Jezus ons als zijn voorbeeld de volgende leefwijze voor:

Uit de mond van de allereerste getuige:
"...geduldig te verdragen dat gij lijden moet om uw goede daden, dat is het wat God behaagt. En het is ook uw roeping, want ook Christus heeft lijden doorstaan. Hij heeft geleden om uwentwil en u een voorbeeld nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden. Hij die geen zonde heeft gedaan en in wiens mond geen bedrog is gevonden; die als Hij gescholden werd, niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde, maar het overliet aan Hem die rechtvaardig oordeelt; die in zijn lichaam onze zonden op het kruishout heeft gebracht, opdat wij, aan de zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; door wiens striemen gij genezen zijt. Want gij waart verdwaald als schapen, maar nu zijt gij bekeerd tot de Herder en Behoeder van uw zielen" (1 Petrus 2,20-25).

Nu zal ik mij de situaties voor ogen brengen waarbij de gevoelens van woede, vergelding, agressie, opstandigheid enz. de overhand kregen. Dan probeer ik me zo met Jezus, de goede herder, te verenigen, dat zijn geest over mij vaardig wordt en de geest van vergelding en macht het tegen Hem aflegt.

 
"De schapen luisteren naar zijn stem; hij roept zijn schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, terwijl zij hem volgen, omdat zij zijn stem kennen. Een vreemde echter zullen ze niet volgen; integendeel, zij zullen van hem wegvluchten, omdat ze de stem van vreemden niet kennen."

Jezus is een leider voor Wie de mensen een eigen naam hebben, een eigen gezicht. Het eigen ik mag je bij de leider die Jezus is, veilig weten: "Wie overwint, hem zal Ik geven van het verborgen manna; en Ik zal hem een wit steentje geven en daarop gegrift een nieuwe naam, die niemand kent dan hij die hem ontvangt" (Apok 2,17). Wij kunnen ons eigen voelen bij Jezus, bloedeigen, opgenomen in een intieme verhouding. Hij is niet zoals de huurling. Hij heeft hart voor zijn schapen. Dat is het grote verschil tussen Jezus en alle andere politieke en geestelijke leiders. Onze kerk is natuurlijk ook ergens een wereldwijde beweging zoals andere wereldgodsdiensten en zoals ideologische bewegingen. Maar alleen in ons geloof is er ruimte voor een persoonlijke verhouding met de leider. Daarom kan Jezus alle andere leiders "vreemden" noemen of zelfs "dieven en rovers". De leerlingen van hun kant hebben een zintuig voor zijn stem. Ze zijn naar Hem toegeschapen. Zoals de schapen onweerstaanbaar aangetrokken worden door de stem van hun herder die ze uit duizend andere kunnen terugkennen, zo is het ook met de stem van Jezus voor de leerlingen. Alleen al het horen van Jezus' stem maakt hen blij: "de vriend van de bruidegom...is al vol blijdschap, wanneer hij de stem van de bruidegom verneemt" (Joh 2,29).
Heb ik ooit de stem van Jezus gehoord? Eens zal ik zijn stem horen: "Er zal een uur komen, waarop allen die in de graven zijn, zijn stem zullen horen" (Joh 5,28). Zoals Lazarus in het graf Jezus' stem hoorde: "Jezus riep met luider stem: Lazarus, kom naar buiten!" (Joh 11,43). Die stem van Jezus klinkt luid "als het gedruis van vele wateren" (Apok 1,15), maar ook indringend en de intiemste sferen van het hart rakend: "Zie, Ik sta aan de deur en klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij" (Apok 3,20).

 
"... en leidt ze naar buiten. En als hij al zijn schapen naar buiten heeft gebracht, trekt hij voor hen uit, terwijl zij hem volgen"...

De schapen moeten eruit, zoals uit de tempel: "Hij maakte van touwen een gesel, dreef ze allemaal uit de tempel, ook de schapen" (Joh 2,15). Dat is niet bedoeld om de handel in de tempel als liturgisch misbruik af te straffen. De verkoop van offerdieren was nodig. Nodig was ook het geldwisselen, omdat men in de tempel niet met gewone munten mocht betalen. Bedoeld is, dat Jezus een einde wil maken aan heel de Joodse eredienst. Want Hij is de herder namens God die helemaal opnieuw begint. Hij begint met de mensheid een nieuwe uittocht, weg van datgene waaraan zij vastzit. Waaraan zit ik vast? Uit welke schaapskooi moet Jezus me bevrijden?

 
Deze gelijkenis vertelde Jezus hun, maar zij begrepen niet wat Hij hun wilde zeggen.

De Joden verstaan Jezus' taal niet: "Waarom verstaat gij mijn taal niet?... Wie uit God is, luistert naar Gods woorden. Daarom luistert gij niet, omdat gij niet uit God zijt" (Joh 8,43.47). Wat er toen had moeten zijn, maar er niet van kwam vanwege de onwil van de luisteraars, dat kan ik er nu alsnog laten zijn door mij ontvankelijk op te stellen voor de stem van Jezus. Want het evangelie is een open boek, met een open einde. Het is pas af, wanneer de laatste mens erop gereageerd heeft, met ja of met nee.

 
Een andere keer zei Jezus tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen...Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden.

In dit beeld is onze herder Jezus zelf deur geworden. Dat deden de herders van Jezus' tijd. Bij het terugkeren naar de schaapskooi en bij het uitleiden uit de schaapskooi gingen de herders in de ingang staan en maakten daardoor de ingang nog kleiner, zodat er steeds maar één schaap doorheen ging. Zo werd de herder zelf de deur voor de schapen. Ook hier weer de zorg voor elk dier afzonderlijk. Maar ook: er is maar één in- of uitgang; namelijk: langs de herder. Jezus is de enige weg naar God: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven" (Joh 14,6).

 
"De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en te vernietigen. Ik ben gekomen, opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed."

Zonder Jezus is het geen leven. Zonder Jezus ben je dood. En wie buiten Jezus om anderen wil leiden, brengt dood in plaats van leven. Om de kwaliteit van dat leven aan te geven, voegt Jezus eraan toe: "in overvloed". Deze woorden zijn alleen maar te verstaan in hun uiteindelijke betekenis. Want wie buiten Jezus om leidt, geeft wel degelijk een beetje leven. Maar uiteindelijk loopt het op niets uit.

Het is de grote genade van de kerk, dat mensen zich nu al door Jezus kunnen laten leiden.

Aan het eind niet meteen weglopen, maar de situatie van het einde proberen te beleven in de verbondenheid met Hem. Een goede manier is: gesprekjes voeren. Met Jezus: "De Heer is mijn herder; mij zal nooit iets ontbreken" (Psalm 23,1). Jezus' geestelijke leiding bestaat erin, dat Hij ons naar zijn Vader leidt. Hij is immers herder in zijn naam. Daarom het gebed afsluiten met een gesprek met Jezus' Vader. Een Onze Vader bidden.

Na afloop van het gebed is het de ideale situatie om de geesten te leren onderscheiden.

Ik kan dat goed doen door de vragen van de reflexie te beantwoorden.

  1. Waar was ik toen ik niet bij Hem was? Daar zit ik nog vast en moet herder Jezus mij nog uitleiden.
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Waar heb ik de herderszorg van God voor mij persoonlijk ervaren?
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem? Vloeide de gebedsgenade over de rand van de gebedstijd heen naar de tijd na afloop? Kan ik dat ook onder woorden brengen?

De Goede Herder