Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 27 | zij volgen Mij. |
| 28 | zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. |
| 29 | is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. |
| 30 | |
| Johannes 10,27-30 |
De geest laten rusten bij Hem. Bij Hem ben je totaal veilig, geborgen in het diepst van je wezen. Als je helemaal je zelf bent, ga je open voor Jezus. Als iemand opengaat voor Jezus, is hij helemaal zichzelf. Want: "Mijn schapen luisteren naar mijn stem" (v.27) ..."Hij roept zijn schapen bij hun naam" (10,3).
Aangekomen bij de plaats van het gebed, een paar passen ervandaan, staande me zijn aanwezigheid te binnen brengen: een echte persoonlijke aanwezigheid van Iemand die me door en door kent en die alles voor me over heeft. Me door Hem gekend en bemind weten. Dan maak ik een gebaar van eerbied.
Dan het gebed ingaan door de gebedshouding aan te nemen, een houding waarin het 'ontvangen' en het 'luisteren' wordt uitgedrukt en mogelijk gemaakt. In die houding om de genade vragen, dat heel mijn leven op die luisterhouding mag gebouwd zijn, dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.
De geschiedenis: Jezus is in Jeruzalem, in de tempel en wel heel precies in de Zuilengang van Salomo. De Joden staan in een kring om Jezus heen en dagen Hem uit om te zeggen of Hij de Messias is of niet. Daarop antwoordt Jezus: "Ik heb het u gezegd, maar gij gelooft het niet... omdat gij niet tot mijn schapen behoort" (10,22-26). Daarna volgen de woorden van dit evangelie. Zij gaan dus over de schapen die Jezus wel kennen en daarom van Hem het eeuwig leven ontvangen. Er zijn dus altijd twee mogelijkheden: niet geloven en verloren lopen of luisteren en eeuwig leven ontvangen. De goede Herder die Jezus is, is geen goedige herder die alles maar goed vindt. Hij stelt ons voor een keuze. Zelf is Hij de inzet van die keuze.
De plaats wordt ons door het evangelie zelf aangegeven: in de tempel in de Zuilengang van Salomo. En dan alle plaatsen in de geschiedenis van de mensheid en meer in het bijzonder in mijn eigen levensgeschiedenis waar ik voor een keuze werd geplaatst: vóór of tegen Jezus.
De bijzondere genade: vragen om een innerlijke kennis, dat is een kennis zoals Hij van mij heeft. Zo'n kennis krijg ik vanzelf als ik me door Hem laat herderen.
"Mijn schapen luisteren naar mijn
stem en Ik ken ze en ze volgen Mij."
Jezus is de goede Herder. Dat betekent: de enige echte, ware herder. Zoals Hij het levende brood is, het levende water, de ware wijnstok. Vergeleken bij Hem is al het andere maar surrogaat. En alle andere herders: huurlingen. Zonder hart voor de schapen. Het beste bewijs voor de waarachtigheid van Jezus' herderschap is tweeërlei: Hij ként zijn schapen én Hij geeft zijn leven voor hen. Twee bewijzen die getuigen van een uitzonderlijke unieke liefde. In tegenstelling tot de huurling voor wie de schapen niet meetellen, hecht de herder zich aan zijn schapen. Hij kent ze, en de schapen kennen hem. Zij voelen zich veilig als hij er is. Hij roept ze bij hun naam. Zij herkennen de klank van zijn stem en het aparte woord dat hij voor elk van hen over heeft. Liefhebben is kennen en gekend worden en wel als uniek, als onontbeerlijk, als onvervangbaar. Zo'n geheim is er tussen Jezus en mij. Mij nu zo door Jezus laten beminnen en Hem mijn naam laten uitspreken.
"Ik geef hun eeuwig leven; zij
zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij
wegroven."
Het is een onbaatzuchtige liefde. Jezus hoeft er niets voor
terug te krijgen. Want Hij gaat in zijn liefde tot het uiterste:
"Hij gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe"
(13,2). Niet met menselijke liefdeskracht houdt Jezus van ons,
maar met goddelijke. En daarom is het leven dat Hij geeft, voor
ons een eeuwig leven.
Zonder Jezus loopt men verloren. Dat is niet bedoeld als een
bedreiging: pas maar op, anders ga je voor eeuwig verloren! Maar
het geeft een aanvullende informatie over wat Jezus te bieden
heeft: onze laatste en enige kans. Na Hem of buiten Hem hoeven we
niet meer op een ander te rekenen. Hij en niemand anders. De
laatste trein. Mensen zullen extra moeite doen om die niet te
missen. De eerlijkheid gebiedt om erbij te zeggen, dat het de
laatste trein is.
Hier is het zaak om opnieuw en bewuster voor Jezus te kiezen.
"Mijn Vader immers die ze Mij
gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand kan iets uit de
hand van mijn Vader roven. Ik en de Vader, Wij zijn één."
Jezus is dus een enige Herder, uniek, weergaloos, ongeëvenaard. Zo is er geen tweede. Toch is Jezus geen eenzame herder. Hij staat er niet moederziel alleen voor. Het leven dat Hij geeft, de liefde die Hij schenkt, krijgt Hij van een ander, van zijn Vader. Het leven dat Jezus aan zijn schapen geeft, is dus niet zijn eigen leven; het is het leven dat Hij steeds weer opnieuw van zijn Vader ontvangt. In de stem van Jezus horen wij de stem van de Vader. In Jezus' herderzorg is er ervaring van intimiteit te beleven met Hem, maar ook een Godservaring. Wanneer wij ons aan Jezus' herderschap overgeven, krijgen wij met een tweevoudig geheim te maken: met het geheim van zijn dood en onze navolging én met een geheim van levensgemeenschap tussen ons en de Vader en de Zoon. Ons bergend in de hand van Jezus, zijn wij in God geborgen. Me nu in dit goddelijk geheim laten opnemen: dat wat er is tussen de Zoon en de Vader, dat er nu ook laten zijn tussen mij en de twee goddelijke Personen.
Aan het eind nog eens stem geven aan mijn innerlijke gevoelens tegenover Jezus en de Vader in gesprekjes als vrienden onder elkaar, vertrouwelijk en ook eerbiedig. Een Onze Vader bidden.
Dan wat afstand nemen voor de reflexie:
