Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Zesde zondag van Pasen


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
23 In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
"Als iemand Mij liefheeft
zal hij mijn woord onderhouden;
mijn Vader zal hem liefhebben
en Wij zullen tot hem komen
en verblijf bij hem nemen.
24 Wie Mij niet liefheeft
onderhoudt mijn woorden niet;
het woord dat gij hoort, is niet van Mij
maar van de Vader die Mij gezonden heeft.
25 Dit zeg Ik u, terwijl Ik nog bij u ben,
26 maar de Helper, de heilige Geest
die de Vader in mijn Naam zal zenden,
Hij zal u alles leren
en alles in herinnering brengen
wat Ik u gezegd heb.
27 Vrede laat Ik u na;
mijn vrede geef Ik u.
Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u.
Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden.
28 Gij hebt Mij horen zeggen:
Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug.
Als gij Mij zoudt liefhebben,
zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga
want de Vader is groter dan Ik.
29 Nu, eer het gebeurt zeg Ik het u,
opdat gij, wanneer het gebeurt, zult geloven."
Johannes 14,23-29

Eerst de eigen gesteltenis verzorgen, want van de gesteltenis van ons hart hangt af hoe ik zal bidden, ja óf het wel tot gebed zal komen. Want men kan soms jaren achtereen bidden zonder te merken, dat men zelden of nooit de gesteltenis van het gebed heeft: zichzelf loslaten als middelpunt en zijn geest laten rusten bij Hem. Tot tweemaal toe vermaant Jezus: "Laat uw hart niet verontrust worden"... "Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden" (14,1 en 27). Bij Hem alleen valt alle verontrusting van je af.

Een paar passen vóór de plaats waar ik ga bidden een ogenblik blijven staan om me Gods tegenwoordigheid bewust te maken; me laten verlossen uit mijn ik-middelpuntigheid, mijn zelfgenoegzaamheid. Een gebaar maken van eerbied voor de Vader die zelfs voor Jezus 'groter' is (v.28).

De houding van het gebed aannemen, liggend, zittend of geknield, in de houding waarin ik vermoed Hem het beste te kunnen vinden en dat dan ook vragen als een genade voor heel mijn leven, dat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.

De geschiedenis kort overzien: Jezus is bezig afscheid te nemen. Na eerst gezegd te hebben waarheen Hij gaat, namelijk naar de Vader en vervolgens hoe de achtergebleven leerlingen na zijn vertrek moeten leven, namelijk Jezus beminnen door zijn geboden te onderhouden, legt Hij nu uit waar de leerlingen de kracht vandaan zullen halen om de herinnering aan Jezus niet de weg te laten gaan van alle zaad: de geleidelijke slijtage. De bijstand van de heilige Geest, als een Helper, zal de herinnering aan Jezus fris en levendig houden. Zo levendig als was Jezus zelf levend in hun midden. Ja, zelfs maakt de heilige Geest Jezus nog werkzamer dan in zijn aardse gestalte. Daarom zouden de leerlingen er blij om moeten zijn dat Jezus nu gaat vertrekken.

Zich een voorstelling maken van de plaats waar dit gebeurde, zodat de geest iets heeft om bij te verwijlen en naar terug te keren, wanneer deze is afgedwaald: de zaal van het laatste avondmaal. Het kan helpen om zich in die zaal een vaste plaats uit te kiezen vanwaaruit men het gebeuren gadeslaat en meebeleeft, zoals men wel ziet op middeleeuwse schilderijen dat de schilder de opdrachtgever mee afbeeldt in het geheim.

Tenslotte vragen om de bijzondere genade: een innerlijke kennis van Jezus Christus, een kennis naar de Geest die mij precies die woorden van Jezus in herinnering brengt die ik op dit moment nodig heb.

 
"Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden; mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen. Wie Mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet."

Het is een antwoord op een vraag van Judas Taddeüs: "Heer, hoe komt het dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?" Want Jezus had tevoren almaar gesproken in termen van de tweede persoon meervoud: "gij" (=leerlingen) en zelfs van de derde persoon enkelvoud: "ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbaren." Openbaring dus als een besloten kerkelijk gebeuren (van de leerlingen) of als een strikt persoonlijk of beter nog individueel gebeuren dat niet massaal aan het daglicht treedt. Want de verlossing van de zonde geschiedt niet op de wijze van een aardse bevrijdingsbeweging van buiten af, maar van binnen uit. Er is een persoonlijke bekering voor nodig. Maar wil iemand zich van harte kunnen bekeren, dan moet hij ook de vrijheid hebben om ja of nee te zeggen. Daarom laat Jezus die tweede mogelijkheid er onmiddellijk op volgen: "Wie Mij niet liefheeft, onderhoudt mijn woorden niet."

 
"...mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen... het woord dat gij hoort is niet van Mij, maar van de Vader die Mij gezonden heeft."

Jezus is nooit zonder de Vader. En de Vader nooit zonder Jezus. De Vader bemint ons, omdat wij van Jezus zijn. En wij kunnen alleen naar de Vader via Jezus. Dat is niet alleen een kwestie van organisatie of van hiërarchie, maar allereerst van liefde. Alle liefde die de Vader heeft, gaat naar zijn Zoon. En Hij kan dus alleen maar aan anderen liefde geven, wanneer zij de Zoon aanhangen en gehoorzaam liefhebben. In de liefde van God voor mij mag ik de liefde die de Vader voor Jezus heeft, meebeleven. Niet zeggen: "God houdt van mij" zonder daar de liefde voor Jezus bij te denken, want anders kan er mij iets overkomen waarbij ik me afvraag of God nog wel echt van mij houdt. Ik heb de liefde van de Vader voor Jezus nodig in mijn besef dat de Vader van mij houdt, om te zien wat de liefde van God allemaal toe kan laten.
Nu zal ik de eeuwige liefde van de Vader voor Jezus ontvangen.

 
"Dit zeg Ik u terwijl Ik nog bij u ben, maar de Helper, de heilige Geest, die de Vader in mijn Naam zal zenden, Hij zal u alles leren en alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb."

De heilige Geest is zoveel als het geheugen van de kerk. De kerk leeft van de herinnering aan Jezus. Door de heilige Geest wordt die herinnering levendig en levend. De heilige Geest is Jezus zelf op de golflengte van de Geest. Eigenlijk hoef ik mijn ogen maar te sluiten en te luisteren naar wat de heilige Geest in mijn eigen hart zegt om te weten wat Jezus van mij wil en om kracht te krijgen om Jezus' woord ten uitvoer te brengen. En ook om te weten hoe ik nu moet bidden.

 
"Vrede laat Ik u na; mijn vrede geef Ik u. Niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u."

Je hebt dus blijkbaar twee soorten van vrede: de vrede van de wereld en de vrede van Jezus. De vrede van de wereld is een 'lieve vrede' omwille waarvan men de harde waarheid niet wil laten horen. Het is het gezellige sfeertje van oppervlakkigheid of de gemakzuchtige vrede van iemand die het met zijn geweten niet zo nauw neemt. De vrede van Christus kan tegen een stootje, ja is bestand tegen de allergrootste inbreuk op die vrede: de dood. Want Jezus spreekt hier over zijn vrede met zijn dood op de achtergrond. Zelfs iets zo schokkends als de dood van Jezus mag zijn leerlingen de vrede niet ontnemen.

 
"Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. Gij hebt Mij horen zeggen: Ik ga heen, maar Ik keer tot u terug. Als gij Mij zoudt liefhebben, zoudt gij er blij om zijn dat Ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan Ik."

Laat nu alle verontrusting en kleinmoedigheid maar in me opkomen, zodat Jezus' vrede er zich aan kan optrekken. Zoals de ene boom zich aan de andere optrekt. Want zijn vrede is een actieve vrede, geen doodse vrede. Het is een dynamische kracht die zich meedeelt aan wie er zich voor openstelt.
Misschien heb ik ooit een afscheid meegemaakt van een dierbaar iemand. Een afscheid dat in geloof werd gevierd. Zo'n afscheid vervult, behalve met weemoed en verdriet, van een hogere vreugde en vrede. Niet omdat iemand uit zijn lijden verlost wordt, maar vooral omdat we door die persoon een inkijk krijgen in de hemel die als het ware op een kier openstaat. Je ziet dingen waar je in het alledaagse leven overheen leeft. Die woorden: "ge zoudt er blij om moeten zijn, dat Ik naar de Vader ga", vormen ook het commentaar bij de eucharistie: de viering van Jezus' dood, van het sterfbed van Jezus, als een heugelijk feit, als een feit waarover we ons mogen verheugen, omdat in dat gebeuren de hemel wagenwijd opengaat.
Aan het einde vertraagd weggaan zoals men uit een gezelschap weggaat waarin men enige tijd heeft vertoefd. Je gaat nog een keer de personen langs en zegt nog iets hartelijks. Zo met Jezus een gesprekje voeren ten afscheid. Me door Hem naar de Vader laten leiden. Bij de Vader mijn hart uitstorten. Een Onze Vader bidden.

Door middel van de terugblik of reflexie kan ik nagaan waardoor het evangelie geen vat op me kreeg en waar de heilige Geest mij Jezus in herinnering bracht:

  1. Waar was ik toen ik niet bij Hem was.
  2. Waar waren we wel bij elkaar?
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem? De werking van de heilige Geest laat zich niet inperken door de kaders van het gebed en mijn eigen inspanning.