Tweede kerstdag
Feest van de heilige Stefanus,
         eerste martelaar
Eerste lezing: Handelingen 6,8-10. 7,54-60
Evangelie: Matteüs 10,17-22            


Inleiding  

De kleur van het kazuifel is niet meer wit maar rood. Rood contrasteert met wit. Maar omdat het dikwijls geen witte Kerstmis is, is het voor het gevoel van de mensen ook eigenlijk geen Kerstmis. Kerstmis is pas kerstmis voor de mensen als de wereld wit is geworden door een laag sneeuw. En in de menselijke verhoudingen is het kerstmis door het opschorten van het kerstbestand, even lief en aardig doen.
Ook voor de Kerk lijkt het maar eventjes Kerstmis, het Kind is nog maar net uit de hemel op aarde neergedaald, of meteen is Het alweer terug in de hemel. Want vandaag zult u horen: "Toen Stefanus, vervuld van de heilige Geest naar de hemel staarde, zag hij Gods heerlijkheid en Jezus staande aan de rechterhand van de Vader." Het Kerstkind is een eendags Kind. Gisteren door engelenzang onthaald en vandaag in de hemel nagestaard door Stefanus. En ook wij kijken naar de hemel. Hier in zijn Kerk doen wij dat elke keer als we zeggen: 'Hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw Zoon.'
Maar voor God zijn duizend jaren als één dag en één dag als duizend jaar. Het Jezuskind heeft zichzelf vermenigvuldigd. Gelovigen, volgelingen, gedoopt in water en heilige Geest, bezield door diezelfde Geest van Jezus, vol genade en kracht. Vrijmoedig als kinderen komen zij uit voor Jezus, ondergaan zij hetzelfde lot als Jezus, in dezelfde gelatenheid en overgave als Jezus. Zoals Stefanus:"Heer Jezus, ontvang mijn geest.” En met dezelfde houding als Jezus zegt hij ook nog eens over zijn doodsvijanden: “Heer, reken hun deze zonde niet aan." Daaraan herken je de volgelingen van Jezus. Dat is het logo van de christen, dat hij niet natrapt, niet nadraagt, maar vergeeft.
Laten wij dan met al ons kwaad naar Hem gaan en het aan zijn vergevingsgezindheid toevertrouwen.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

In die dagen zei Jezus tot de twaalf:
“Neemt u in acht voor de mensen.
Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken
en u geselen in hun synagogen.
Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden
omwille van Mij,
om zo ten overstaan van hen en de heidenen
getuigenis af te leggen.
Maakt u echter, wanneer men u overlevert,
niet bezorgd over het hoe of wat van u spreken:
op dat ogenblik zal u worden ingegeven
wat gij moet zeggen.
Want niet gij zijt het die spreekt,
maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.
De ene broer zal de andere overleveren
om hem te laten doden,
de vader zijn kind;
de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders
en hen ter dood doen brengen.
Gij zult een voorwerp van haat zijn voor allen
omwille van mijn Naam.
Wie echter ten einde toe volhardt,
hij zal gered worden.”
                   
Homilie    

Zou het niet beter bij de tweede kerstdag passen als er een bekeringsverhaal zou zijn gekozen bij de viering van deze dag, een verhaal waarin het getuigenis van de Geest werd aangenomen. Die zijn er toch genoeg in het evangelie en ook in de Handelingen der Apostelen. Maar de keuze van de Kerk is een andere. De keuze van de Kerk is de keuze van Jezus. Want als Jezus spreekt over hoe de leerlingen getuigenis moeten afleggen, dan brengt Hij geen situatie naar voren waarin dat getuigenis wordt aangenomen, maar juist waarin dat getuigenis ten einde toe wordt afgewezen. "Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen." Mooi vooruitzicht! Ja, dat ís een mooi vooruitzicht, want het is een mooi getuigenis. Het getuigenis groeit tot zijn volle wasdom, wanneer het wordt volgehouden in situaties waarin het geen succes heeft, in ondergangsituaties. "Gij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij, om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen." Het christelijk getuigenis bij uitstek is dan ook een bloedgetuigenis. Het woord martelaar betekent eigenlijk niets anders dan actief getuigen; dat heeft bij ons meteen de betekenis gekregen van bloedgetuige, van martelaar. Het getuigenis van de christen is een getuigenis dat tot het einde toe wordt volgehouden. "Wie ten einde toe volhardt, hij zal gered worden." En datzelfde geldt voor alle situaties van het christelijk leven.

Er kwam eens een jong stel bij me: 'We willen trouwen. We houden zoveel van elkaar dat wij in de liefde tot het einde toe willen volharden.' Ik vroeg: 'Hebben jullie wel eens het einde van jullie gevoelens beleefd, van jullie gevoelige liefde. Hebben jullie wel eens ruzie gemaakt? Hebben jullie wel eens een hekel aan elkaar gehad? Zijn jullie wel eens uit elkaar gegaan? Hebben jullie wel eens een punt gezet achter jullie verhouding? Hebben jullie al eens een echtscheiding doorgemaakt?' Ze keken elkaar eens aan, een beetje verlegen, en er kwam iets van droefheid in hun blik. Ze dachten aan menige ruzie. Maar daarna kwam er ook iets van een bevrijdende lach. Ja, nou en of, maar we hebben het altijd weer goed gemaakt. We zijn daarna juist meer van elkaar gaan houden. Onze liefde is gegroeid tegen de verdrukking in. Ja, dan zal ze ook wel tot het einde kunnen worden volgehouden.

In het klooster moet je het met velen tot het einde toe kunnen volhouden. Daar gaat het op dezelfde manier. Nemen we het voorbeeld van de kleine Theresia: 'Er is bij ons een zuster die over het talent beschikt mij in alles tegen te staan, wat ze ook doet, of zegt, hoe ze kijkt, hoe ze loopt, ze staat me niet aan.' Telkens als dat zich voordeed, beleefde ze het einde van de goede verstandhouding die ze met de zusters had. Wat deed ze dan? De liefde die ze zelf niet had, liet ze zich door God geven, door elke keer de ontmoeting met die zuster of de gedachte alleen al aan haar, te omgeven met gebed. En toen kreeg ze, precies zoals die bloedgetuigen, van God wat ze uit zichzelf niet kon opbrengen. Zo was het met die verstandhouding tot die zuster, zo was het met de verhouding tot alle zusters, en zo was het ook met haar geduld. Een zuster zei eens tot haar: 'O, wat hebt u toch een geduld.' Theresia antwoordde: 'Ik heb helemaal geen geduld, nog geen vijf minuten geduld. Alle geduld dat ik heb, krijg ik van God.'

Het liep eens tegen de tijd van de gelofte afleggen en toen vroeg de overste aan die kandidaat niet: 'Verlang je naar de gelofte?', maar: 'Heb je al eens een bloedhekel gehad aan het leven hier? Heb je wel eens willen uittreden?' Toen zei de kandidaat: 'Wel, ik stond meer uit het kloosterleven, dan erin, maar ik ben altijd wel weer teruggekomen, en beter.' Toen zei de overste: 'Dan mag je gelofte doen.'

De heilige Geest wil het druk hebben met ons, Hij wil zijn goede gaven, het leven, de kracht, het vertrouwen, de liefde aan ons arme, liefdeloze mensen geven en steeds weer opnieuw geven, zodat zij in hun zwakheid mogen blijven en er door zíjn kracht overheen groeien.
Het zal u dan ook niet verbazen, dat er in de eucharistie een beroep wordt gedaan op de heilige Geest, om die wonderbare verandering tot stand te brengen van brood en wijn in het Lichaam en Bloed van onze Heer Jezus Christus, én om die nog grotere wonderbare verandering tot stand te brengen in de liefdeloze en kleinzielige, kleingeestige mensen, volgelingen van Jezus, mensen die tot het einde toe willen volharden.