Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Eerste zondag in de veertigdagentijd


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
1 In die tijd ging Jezus, vervuld van de heilige Geest weg
van de Jordaan.
Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd,
waar Hij veertig dagen verbleef
2 en door de duivel op de proef werd gesteld.
Gedurende die dagen at Hij niets
en toen ze voorbij waren kreeg Hij honger.
3 De duivel zei nu tot Hem: "Als Gij de zoon van God
zijt, beveel dan aan die steen daar,
dat hij in brood verandert."
4 Jezus gaf hem ten antwoord: "Er staat geschreven:
De mens leeft niet van brood alleen."
5 Daarop voerde de duivel Hem omhoog
en toonde Hem in een oogwenk alle koninkrijken der
wereld.
6 En de duivel sprak tot Hem:
"Ik zal U alle macht geven over deze heerlijke gebieden
want ze zijn mij geschonken, en ik geef ze aan wie ik wil.
7 Als Gij dus in aanbidding voor mij neervalt,
zal dat alles van U zijn."
8 Toen antwoordde Jezus hem: "Er staat geschreven:
De Heer uw God zult gij aanbidden
en Hem alleen dienen."
9 Daarna bracht de duivel Hem naar Jeruzalem,
plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort
en sprak tot Hem:
10 "Als Gij de zoon van God zijt,
werp U dan vanaf deze plaats naar beneden;
want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij
omtrent U het bevel geven U te beschermen
11 en zij zullen U op de handen nemen
opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen."
12 Maar Jezus gaf hem ten antwoord: "Er is gezegd:
Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen."
13 Toen gaf de duivel al zijn pogingen om Hem te verleiden
op en hij verwijderde zich van Hem
tot de vastgestelde tijd.
Lucas 4,1-13

Eerst de geest laten rusten, zodat ik op die diepte kom waar ik mijn geest ontvang uit zijn hand. Wat Jezus meemaakte bij de Jordaan en tijdens heel zijn verdere leven, mag ik ook in mij laten gebeuren. God het werk laten doen. In de houding komen van: ik ga iets ontvangen.

Een paar passen van de plaats waar ik ga bidden staande me zijn tegenwoordigheid te binnen brengen. Eerst rustig worden en innerlijk vrij om gedurende de gebedstijd voor Hem alleen te leven.
Zien hoe Hij mij ziet, zoals Hij Jezus zijn Zoon zag, zijn Welbeminde. Ik maak een gebaar waarin ik me klein maak.

De houding van het gebed aannemen, de houding waarin men vermoedt Hem het meeste te kunnen vinden: liggend, zittend of geknield, maar in ieder geval niet bewegen en niets zien bewegen, zodat men vrij komt voor de innerlijke bewegingen.
En dat dan ook als een genade vragen: dat al mijn bedoelingen zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit. In dienst, zoals Jezus in dit evangelie zich in dienst weet van de Vader: "de Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen."

Ik haal me de geschiedenis voor de geest: de kracht die Jezus ontving bij het doopsel, neemt bezit van Hem en drijft Hem in alles, nu naar de woestijn. Die kracht blijkt bij machte weerstand te bieden aan alle mogelijke bekoringen van de kwade geest.

De plaats zien: de woestijn als een toneel voor de strijd van de heilige Geest met de boze geest. Zo ook mezelf zien. Ik heb de eenzaamheid nodig om tot die helderheid van geest te komen.

In de innerlijke eenzaamheid merk ik, dat ik een bijzondere genade nodig heb om te krijgen wat ik verlang: een innerlijke kennis van Christus onze Heer. Dus geen afstandelijke, theoretische kennis die me koud laat, maar een kennis die me beweegt en aanzet tot inzet en navolging.

De personen zien: de duivel in zijn vele verleidelijke gestalten. Door wie en wat word ik bekoord? Ook in mensen kan er iets van een duivel zitten, zoals in hen ook iets van een engel kan steken.
Jezus, die zich hier te zien geeft als Gods dienaar, maar op een uitzonderlijke, zijn hele Persoon omvattende wijze, namelijk als Zoon van God de Vader. Dit Zoon-zijn beleeft Hij anders dan de duivel het voorstelt, door in dienst van God zijn welbehagen uit te voeren.
De engelen: als modellen van schepselen in de dienst van God, Hem helemaal toegewijd. Zonde is dienstweigering aan God: "Ik dien U niet".
Ook de onzichtbare personen: de heilige Geest van Wie Jezus vervuld was en door Wie Hij Zich liet leiden; God de Vader Wiens eer door Jezus boven alles wordt gesteld.

De woorden horen: de woorden van het evangelie vertalen in de eigen manier van spreken, bijvoorbeeld: "als wij kinderen van God zijn, waarom is er dan honger in de wereld of waarom is er verdeeldheid in de kerk? Of waarom helpt Hij me dan niet om niet voor de bekoring te bezwijken?" Zonde is altijd: de titel Zoon van God gebruiken om iets te eisen in plaats van aan te nemen. Het valt op, dat Jezus de bekoorder te woord staat met Schriftwoorden, de woorden van God. Die zijn blijkbaar goed genoeg om te helpen bij de allerzwaarste beproevingen. Deze woorden van God proeven en smaken als spijs van de hemelse Vader.

Zien wat ze doen: "vervuld-zijn van de heilige Geest", naar de woestijn gevoerd worden (passief!), vasten en hongeren, bekoord worden om te bevelen, om schepselen te aanbidden, om zich op handen te laten dragen; het Schriftwoord gebruiken als een wapen; de bekoringen weerstaan.

Aan het eind gesprekjes met Jezus, die "volkomen dezelfde beproevingen heeft gekend als wij... Hij is in staat om mee te voelen met onze zwakheden" (Hebr 3,15). Het laatste gesprek met de Vader. Een Onze Vader: En leid ons niet in bekoring.

Dan van houding veranderen, zodat ik wat kan schrijven. De verstrooiingen geven aan waarvan ik leef buiten God. De tweede vraag peilt naar de wijze hoe de heilige Geest tegenspel geeft.

  1. Waar was ik, toen ik niet bij Hem was?
  2. Waar waren we wel bij elkaar?
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem?

Hij werd door satan op de proef gesteld