Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.
| U | it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus |
| 1 | van de Jordaan. Hij werd door de Geest naar de woestijn gevoerd, waar Hij veertig dagen verbleef |
| 2 | Gedurende die dagen at Hij niets en toen ze voorbij waren kreeg Hij honger. |
| 3 | zijt, beveel dan aan die steen daar, dat hij in brood verandert." |
| 4 | De mens leeft niet van brood alleen." |
| 5 | en toonde Hem in een oogwenk alle koninkrijken der wereld. |
| 6 | "Ik zal U alle macht geven over deze heerlijke gebieden want ze zijn mij geschonken, en ik geef ze aan wie ik wil. |
| 7 | zal dat alles van U zijn." |
| 8 | De Heer uw God zult gij aanbidden en Hem alleen dienen." |
| 9 | plaatste Hem op de bovenbouw van een tempelpoort en sprak tot Hem: |
| 10 | werp U dan vanaf deze plaats naar beneden; want er staat geschreven: Aan zijn engelen zal Hij omtrent U het bevel geven U te beschermen |
| 11 | opdat Ge uw voet niet zult stoten aan een steen." |
| 12 | Gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen." |
| 13 | op en hij verwijderde zich van Hem tot de vastgestelde tijd. |
| Lucas 4,1-13 |
Eerst de geest laten rusten, zodat ik op die diepte kom waar ik mijn geest ontvang uit zijn hand. Wat Jezus meemaakte bij de Jordaan en tijdens heel zijn verdere leven, mag ik ook in mij laten gebeuren. God het werk laten doen. In de houding komen van: ik ga iets ontvangen.
Een paar passen van de plaats waar ik ga bidden staande me
zijn tegenwoordigheid te binnen brengen. Eerst rustig
worden en innerlijk vrij om gedurende de gebedstijd voor Hem
alleen te leven.
Zien hoe Hij mij ziet, zoals Hij Jezus zijn Zoon zag, zijn
Welbeminde. Ik maak een gebaar waarin ik me klein maak.
De houding van het gebed aannemen, de houding waarin
men vermoedt Hem het meeste te kunnen vinden: liggend, zittend of
geknield, maar in ieder geval niet bewegen en niets zien bewegen,
zodat men vrij komt voor de innerlijke bewegingen.
En dat dan ook als een genade vragen: dat al mijn
bedoelingen zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn
goddelijke Majesteit. In dienst, zoals Jezus in dit evangelie
zich in dienst weet van de Vader: "de Heer uw God zult gij
aanbidden en Hem alleen dienen."
Ik haal me de geschiedenis voor de geest: de kracht die Jezus ontving bij het doopsel, neemt bezit van Hem en drijft Hem in alles, nu naar de woestijn. Die kracht blijkt bij machte weerstand te bieden aan alle mogelijke bekoringen van de kwade geest.
De plaats zien: de woestijn als een toneel voor de strijd van de heilige Geest met de boze geest. Zo ook mezelf zien. Ik heb de eenzaamheid nodig om tot die helderheid van geest te komen.
In de innerlijke eenzaamheid merk ik, dat ik een bijzondere genade nodig heb om te krijgen wat ik verlang: een innerlijke kennis van Christus onze Heer. Dus geen afstandelijke, theoretische kennis die me koud laat, maar een kennis die me beweegt en aanzet tot inzet en navolging.
De personen zien: de duivel in zijn vele
verleidelijke gestalten. Door wie en wat word ik bekoord? Ook in
mensen kan er iets van een duivel zitten, zoals in hen ook iets
van een engel kan steken.
Jezus, die zich hier te zien geeft als Gods dienaar, maar op een
uitzonderlijke, zijn hele Persoon omvattende wijze, namelijk als
Zoon van God de Vader. Dit Zoon-zijn beleeft Hij anders dan de
duivel het voorstelt, door in dienst van God zijn welbehagen uit
te voeren.
De engelen: als modellen van schepselen in de dienst van God, Hem
helemaal toegewijd. Zonde is dienstweigering aan God: "Ik dien U
niet".
Ook de onzichtbare personen: de heilige Geest van Wie Jezus
vervuld was en door Wie Hij Zich liet leiden; God de Vader Wiens
eer door Jezus boven alles wordt gesteld.
De woorden horen: de woorden van het evangelie vertalen in de eigen manier van spreken, bijvoorbeeld: "als wij kinderen van God zijn, waarom is er dan honger in de wereld of waarom is er verdeeldheid in de kerk? Of waarom helpt Hij me dan niet om niet voor de bekoring te bezwijken?" Zonde is altijd: de titel Zoon van God gebruiken om iets te eisen in plaats van aan te nemen. Het valt op, dat Jezus de bekoorder te woord staat met Schriftwoorden, de woorden van God. Die zijn blijkbaar goed genoeg om te helpen bij de allerzwaarste beproevingen. Deze woorden van God proeven en smaken als spijs van de hemelse Vader.
Zien wat ze doen: "vervuld-zijn van de heilige Geest", naar de woestijn gevoerd worden (passief!), vasten en hongeren, bekoord worden om te bevelen, om schepselen te aanbidden, om zich op handen te laten dragen; het Schriftwoord gebruiken als een wapen; de bekoringen weerstaan.
Aan het eind gesprekjes met Jezus, die "volkomen dezelfde beproevingen heeft gekend als wij... Hij is in staat om mee te voelen met onze zwakheden" (Hebr 3,15). Het laatste gesprek met de Vader. Een Onze Vader: En leid ons niet in bekoring.
Dan van houding veranderen, zodat ik wat kan schrijven. De
verstrooiingen geven aan waarvan ik leef buiten God. De tweede
vraag peilt naar de wijze hoe de heilige Geest tegenspel geeft.
