Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Vijfde zondag in de veertigdagentijd


U  
it het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
1 In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg.
2 's Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel
en al het volk kwam naar Hem toe.
Hij ging zitten en onderrichtte hen.
3 Toen brachten schriftgeleerden en Farizeeën Hem een
vrouw die op overspel was betrapt.
4 Zij plaatsten haar in het midden en zeiden tot Hem:
"Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl ze
overspel bedreef.
5 Nu heeft Mozes ons in de Wet bevolen zulke vrouwen te
stenigen. Maar Gij, wat zegt Gij ervan?"
6 Dit bedoelden ze als een strikvraag
in de hoop Hem ergens van te kunnen beschuldigen.
Jezus echter boog zich voorover
en schreef met zijn vinger op de grond.
7 Toen zij bij Hem aanhielden met vragen
richtte Hij zich op en zei tot hen:
"Laat degene onder u die zonder zonden is,
het eerst een steen op haar werpen."
8 Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond.
9 Toen zij dit hoorden dropen zij een voor een af,
de oudsten het eerst, totdat Jezus alleen achterbleef met
de vrouw die daar was blijven staan.
10 Nu richtte Jezus zich op en sprak tot haar: "Vrouw,
waar zijn ze gebleven? Heeft niemand u veroordeeld?"
11 Zij antwoordde: "Niemand Heer,"
Toen zei Jezus tot haar: "Ook Ik veroordeel u niet;
ga heen en zondig van nu af niet meer."
Johannes 8,1-11

Beginnen de geest wat te laten rusten bij Hem. Ik mag me bij Hem veilig weten. Hij veroordeelt me niet. Jezus is niet zoals de mensen.

Bij de plaats van het gebed breng ik me staande Gods tegenwoordigheid te binnen, bijvoorbeeld door langzaam en eerbiedig een kruisteken te maken en daarbij de woorden één voor één bewust uit te spreken.

Dan neem ik de houding aan van het gebed, een houding waaruit zowel vertrouwen als eerbied spreken: de houding die de overspelige vrouw aannam, nadat zij van Jezus zijn vrijsprekend woord had gehoord: "Ook Ik veroordeel u niet (vertrouwenwekkend); ga heen en zondig van nu af niet meer" (ontzagwekkend). Vertrouwen in God en ontzag voor God (vreze Gods) dienen de grondslag te vormen van mijn leven, opdat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend kunnen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit. Dit zal ik nu als een genade vragen.

Ik vat de geschiedenis kort samen: De geschiedenis begint op de Olijfberg waar Jezus dikwijls heen ging om er te bidden (Joh 18,2). Vanuit het gebed begeeft Jezus zich naar de tempel om er te onderrichten. Het onderricht dat nu volgt komt uit de gebedsomgang van Jezus met zijn Vader. Het is een onderricht in daden. Tegenover de veroordelende, meedogenloze houding van schriftgeleerden en Farizeeén 'onderwijst' Jezus ons de vrijspraak en de vergiffenis. Tegenover de opinieleiders van vandaag die de bandeloze vrijheid prediken, heeft Jezus ook een les: "zondig van nu af niet meer."

Om er met mijn gedachten beter bij te kunnen blijven stel ik me de plaats voor waar dit geschied is en de plaatsen waar dit steeds weer opnieuw geschiedt in mijn eigen leven: de Olijfberg waar Jezus bad, de tempel en de voorhof waar Jezus zijn onderricht hield. En in mijn eigen leven de situaties waar de goede naam van medemensen (familieleden, collega's, kennissen) genade-loos wordt beoordeeld en neergehaald, waar mensen elkaar stenigen en afmaken. En tenslotte de tempel van mijn eigen hart waarin ik veroordelende gevoelens en gedachten ronddraag jegens mijn naasten. Deze zijn de eigenlijke verwekkers van de veroordelende woorden en blikken.

Als laatste voorbereiding vraag ik nog om de bijzondere genade Jezus te mogen kennen met een innerlijke kennis, zodat ik in mijn houding tegenover anderen vanzelf milder word, meer doortrokken van de geest van Hem die "zachtmoedig is en nederig van hart" (Mt 11,29).

 
"In die tijd begaf Jezus zich naar de Olijfberg."

Waar halen wij het vandaan te menen, dat wij altijd op Gods barmhartigheid kunnen rekenen? Waar haalt Jezus het vandaan? Jezus haalde het op de berg, dat wil zeggen in het gebed, bij God. Eerst dus zal ik het aangezicht van God zoeken, het glimlachende, milde gelaat boven de wolken.

 
"'s Morgens vroeg verscheen Hij weer in de tempel en al het volk kwam naar Hem toe.
Hij ging zitten en onderrichtte hen."

Jezus onderricht mij nu vanuit zijn eigen ervaring van God de Vader. Wat er nu volgt komt regelrecht van God. Nu wil Jezus het opnieuw tot mij zeggen, zodat ik het nooit meer vergeet. Eerst moet ik vragen om de genade, dat ik één en al oor mag worden voor Hem die het woord is, het Woord van God is.

 
"Toen brachten schriftgeleerden en Farizeeén Hem een vrouw die op overspel betrapt was."

Schriftgeleerden en Farizeeén waren in Jezus' tijd opiniemakers die vaststelden wat wel en niet mocht, wat wel en niet hoorde. Als je daartegen in ging, lieten ze je voelen, dat je er niet bij hoorde. Ze konden je stenigen met hun blikken, met hun woorden.
Ik stel me nu voor, dat de mensen van mijn eigen omgeving me op heterdaad zouden betrappen: bijvoorbeeld op een grove oneerlijkheid, op een daad van ondankbaarheid tegenover personen van wie ik niets dan goed ondervond, of op een gemene daad tegenover een ander uit jaloezie - of op iets anders waarover ik me diep en diep schaam. Iedereen weet het. Ik zou wel in de grond willen verdwijnen. Ze staan allemaal in een wijde kring om me heen. Ze steken beschuldigend een vinger naar me uit. Niemand die me vergeeft, die het voor me opneemt. Trouwens, zelf moet ik eerlijk toegeven, dat ik fout ben geweest.
Alleen Jezus zou nooit meedoen met deze "steniging" door blikken en houding: "Jezus echter boog zich voorover en schreef met zijn vinger op de grond."

 
"Toen ze bij Hem aanhielden met vragen, richtte Hij zich op en zei tot hen: Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen. Weer boog Hij zich voorover en schreef op de grond."

Doordat Jezus, de Meester, niet voorop gaat in de beschuldiging van mijn fouten, leert Hij mij zien hoe hard en genadeloos wij eigenlijk met elkaar leven. Iedereen roept: Fout, zonde! Jezus zwijgt. Zijn zwijgen openbaart. Vindt Hij alles maar goed? Praat Hij mijn zonden goed? Of trekt Hij toch één lijn met de aanklagers? Nee, maar het eerste wat Jezus ons leert is, dat wij elkaar barmhartigheid moeten bewijzen. Wij zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Doe maar niet zo rechtvaardig. Er mag best gezegd worden, wanneer iets fout is, maar niet vanuit een houding van: wat zijn wij toch rechtvaardig!
Zie je een ander een fout begaan, denk dan: zelf doe ik dat ook wel eens; of: ik maak weer andere, grotere fouten; of: ik leef in zoveel betere omstandigheden... als die ander de opvoeding en het goede voorbeeld had gehad die ik gehad heb... laat ik maar oppassen, dat ik niet in dezelfde fout val... God danken dat Hij in zijn barmhartigheid mij bewaard heeft... enz.

 
"Toen zei Jezus haar: Ook Ik veroordeel u niet."

Dat is het einde. Dat Jezus alleen met mij achterblijft: ik erbarmelijke met de Barmhartige, ik armzalige met de Zaligmaker. De barmhartigheid is groter dan het recht.
Met mijn zonden en fouten me voor Jezus stellen en me samen met de overspelige vrouw aan zijn barmhartigheid overgeven.

Gesprekken voeren en bij het Onze Vader de namen invoegen van de personen aan wie ik nog vergeven moet. Want God wil mij graag vergeven, maar alleen als ik zelf ook bereid ben anderen te vergeven. "Vergeef mij mijn schuld zoals ook ik vergeef aan N. en N. en N. en leid mij niet in de bekoring van genadeloosheid tegenover N. en N., maar verlos mij van het kwaad van de hardheid tegenover N. en N."

Terugblik:

  1. Waar was ik, toen ik niet bij Hem was? Waar leef ik op mijn eigen gevoelens en gedachten?
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Waar voelde ik de barmhartige blik van Jezus op mij rusten en zijn milde woord?
  3. Wat voel ik nu voor Hem na afloop van het gebed?