Bezoekt U voor het eerst deze site? Leest U dan eerst de inleiding. Hier vindt U aanwijzingen voor het gebruik van onderstaande tekst.


Vigiliemis van Pinksteren


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus
volgens Johannes
37Op de laatste en grootste dag van het feest
stond Jezus daar en riep met luider stem:
"Als iemand dorst heeft,
hij kome tot Mij.
38Wie in Mij gelooft,
hij drinke!
Zoals de Schrift zegt:
Stromen van levend water
zullen uit zijn binnenste vloeien."
39Hiermee doelde Hij op de Geest
die zij die in Hem geloofden,
zouden ontvangen,
want de Geest was er nog niet,
omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.
Johannes 7, 37-39

Het inwendige gebed geschiedt allermeest in de kracht van de heilige Geest. De kunst van het bidden bestaat erin met de eigen kracht in te spelen op zijn kracht. Daarom is het eerste wat nodig is: de geest wat laten rusten bij Hem.

Een paar passen vóór de plaats van het gebed breng ik me dan staande zijn tegenwoordigheid te binnen, een subtiele tegenwoordigheid zoals de wind waarvan men "het gesuis verneemt, maar niet weet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat" (Joh 3,8). Ik maak een gebaar van eerbied zoals Maria en de leerlingen in eerbiedig gebed waren, toen zij de heilige Geest ontvingen.

Het gebed ingaan door de houding van het gebed aan te nemen, een houding waarin ontvankelijkheid wordt uitgedrukt, bijvoorbeeld door de handen open te houden. Deze houding van openheid voor Gods Geest zou niet iets van een moment moeten zijn, maar van heel mijn leven. Ik kan daar nu om vragen als een genade: dat heel mijn leven voor God open mag komen, zodat al mijn bedoelingen, daden en werkzaamheden zuiver geordend mogen zijn in dienst en lof van zijn goddelijke Majesteit.

Als in vogelvlucht overzie ik de geschiedenis. Jezus is in Jeruzalem bij gelegenheid van het feest. Dat was het zogenaamde loofhuttenfeest, genoemd naar de loofhutten die de Joden op hun dakterassen opzetten om daarmee het feit te herdenken, dat zij tijdens hun verblijf in de woestijn in tenten hadden gewoond. De laatste dag was een dankdag. Men dankte God voor de oogst. Men smeekte om water voor het komende jaar, herdacht het waterwonder in de woestijn, hoe Mozes water uit de rotsen sloeg en hoe de profeten het heil van de Messiaanse tijd uitdrukten in het beeld van het levend water: "Met vreugde zult gij water putten uit de bronnen van het heil" (Jes 12,3). Op de laatste dag van het feest vond de water-ceremonie plaats. Bij het zien van die ceremonie wordt Jezus aangegrepen door de heilige Geest en riep met luider stem: "Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij." Jezus verkondigt zichzelf als bron van levend water. Sint Jan voegt eraan toe, dat die bron pas op het kruis zal gaan vloeien, toen Jezus' Hart werd doorboord.
Het is een geschiedenis die zich in elke christen herhaalt: de heilige Geest kan pas komen, wanneer en in de mate dat men zijn eigen geest opgeeft: "Want iedereen moet wel overwegen, dat hij in al wat zijn geestelijk leven betreft, zoveel vooruitgaat als hij uitgaat uit zijn eigenliefde, eigenwil en eigenbelang" (Ignatius van Loyola, Geestelijke Oefeningen, nr. 189).

Om nog dichter bij dit geheim te komen en mijn geest nog meer in de goede gesteltenis te brengen stel ik me de plaats voor ogen: het tempelplein waarop de priesters in plechtige processie voortschreden met de gouden beker met water in hun midden, zoëven geschept uit de bron van de Siloë-rivier. Ook kan ik mij Jezus voorstellen op het kruis, terwijl zijn zijde met een lans wordt opengestoten: "Terstond kwam er bloed en water uit" (Joh 19,34).

Wellicht voel ik nu in mijn hart een verlangen om dieper in dit geheim binnen te treden. Dan zou het goed zijn om uitdrukkelijk ook te vragen om die bijzondere genade: dat ik Hem beter mag leren kennen met een liefdevolle kennis die mij engageert in een daadwerkelijke navolging.

 
"Op de laatste en grootste dag van het feest..."

De laatste dag van het loofhuttenfeest vond de water-ceremonie plaats: de priesters daalden diep af in de rots waarop de tempel was gebouwd, tot aan de bron van de Siloë-rivier. Uit die bron werd water in een gouden beker geschept en in processie naar het tempelplein gebracht, waar ze werd leeggegoten. Zo werd het water als het ware aan God teruggegeven, als een erkenning dat alle vruchtbaarheid van Hem komt. Deze ceremonie deed de mensen ook uitzien naar de toekomst, want de profeten spraken over de Messiaanse toekomst in termen van het levende water: "Met vreugde zult gij water putten uit de bronnen van het heil" (Jes 12,3); "Ik zal water laten stromen ... Ik zal mijn geest laten stromen" (Jes 44,3).
Onder de vele toeschouwers bevond zich ook Jezus. Hij zag de diepere betekenis ervan. Het water verwees naar Hem. Jezus' stem wordt luid van profetische inspiratie:

 
"Op de laatste en grootste dag van het feest stond Jezus daar en riep met luider stem: Als iemand dorst heeft, hij kome tot Mij. Wie in Mij gelooft, hij drinke! Zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien."

Met andere woorden: Jezus zegt: "Ik ben de bron van levend water, Ik ben de rots waaruit deze stroom van levend water zal vloeien":

"... een der soldaten doorboorde met een lans zijn zijde; en aanstonds vloeide er bloed en water uit. En hij die het gezien heeft, legt er getuigenis van af, opdat ook gij geloven moogt" (Joh 19,34-35).

Ik zal nu de dorst in mij laten opkomen, de dorst die mij doet smachten naar bijvoorbeeld erkenning, gezelschap, geborgenheid, bevestiging, succes, prestatie etc. Bij wie of wat heb ik toen uitkomst gezocht? Waarheen vlucht ik bij frustraties? Naar mensen, boeken, werk, muziek, drank, eten, rusteloosheid? Ga ik in mijn frustraties wel eens naar Jezus? Hij biedt zich aan als de vervuller van de beloften: "Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken" (Mt 11,28; eigenlijk staat er verkwikking als door levend, fris en verkoelend bronwater). Als je bij Jezus je dorst zoekt te lessen, zul je een diepe bevrediging en vrede vinden. De schepselen kunnen je nooit bevredigen. Daar is ons hart niet op gemaakt.

 
"Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Hiermee doelde Hij op de Geest die zij die in Hem geloofden, zouden ontvangen, want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was."

Jezus kon deze Geest pas schenken, nadat Hijzelf zijn eigen geest had uitgeblazen: "Daarop boog Hij het hoofd en gaf de geest" (pneuma = levensgeest én heilige Geest; Joh 19,20). De heilige Geest kon pas komen, nadat Jezus was weggegaan: "Het is goed voor u, dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot u zenden" (Joh 16,7). De Geest kon pas komen, nadat Jezus in zijn lijden en dood een bewijs had gegeven van bezield te zijn door een bovenmenselijke liefde.
Zo is het nog steeds bij ons: ook over ons kan de heilige Geest pas neerdalen, als wij eerst afsterven aan alle aardse idealen en verwachtingen, dat wil zeggen als wij ons aardse ik gekruisigd hebben.
Om de ervaring van de heilige Geest te ontdekken, moeten we op zoek gaan naar momenten, waarin onze geest een grenservaring beleeft, bijvoorbeeld in het brengen van een vrijwillig offer, uit zuivere liefde voor God:

Kortom, overal waar wordt ervaren, dat de geest méér is dan een stuk van deze voorbijgaande wereld. Wie dit ooit heeft begrepen, kan iets vatten van de geheime hartstocht van de heiligen naar armoede en vernedering, naar lijden en martelaarschap. Daarin ervaren zij de smaak naar het echte, nieuwe, eeuwige leven (levend water).

Aan het einde van het gebed krijgt mijn geest de neiging naar buiten te treden, met het gevaar iets van de ontvangen genade weer te verliezen. Daarom is het goed eerst in een soort tegenbeweging naar binnen te keren door gesprekjes te voeren. Met Jezus, met de Vader. Langzaam, lettend op wat de heilige Geest mij ingeeft. Dan een Onze Vader bidden, het gebed dat uit Jezus' biddend Hart is opgeweld.

Het menselijk hart is een strijdtoneel van aan elkaar tegengestelde krachten of geesten, van kwade geesten die van God aftrekken en van goede geesten die naar God toe leiden. Die geesten werken altijd op me in, maar in het gebed word ik me die krachten meer bewust. Ik kan van dat onderscheidingsproces de vruchten plukken door op te schrijven wat er zich in mij heeft bewogen:

  1. Waar was ik toen ik niet bij Hem was? In mijn verstrooiingen is het vooral de verkeerde geest die mij leidt.
  2. Waar waren we wel bij elkaar? Alleen in de heilige Geest kan ik contact hebben met Jezus en de Vader. Dit is dus tevens een vraag naar de werking van de heilige Geest.
  3. En nu, na afloop van het gebed, wat voel ik nu voor Hem? Het is een teken van de werkzaamheid van de heilige Geest, als het gebed als het ware vanzelf in mij doorgaat.

De H. Geest