Heilige Petrus Canisius, priester
Eerste lezing: Hooglied 2,8-14 [I 43]
Evangelie: Lucas 1,39-45 [I 44]
Inleiding
Wij hebben vreugde om iets wat niet van deze wereld is. Vreugde om de Heer die komt. Dat is in de menselijke werkelijkheid iets van het hart, want aan mensen die Hem niet zien, laat Hij Zich voelen in de innerlijkheid van hun hart, in het binnenste, waar je wordt meegenomen door bewegingen van de heilige Geest en door zijn kracht. Dat is wat we aan het begin van deze viering in ons mogen laten geschieden: dat Hij ons hart raakt in verwachting van zijn komst.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas
In die dagen reisde Maria met spoed naar het bergland
naar een stad in Juda.
Ze ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabeth.
Zodra Elisabeth de groet van Maria hoorde
sprong het Kind op in haar schoot.
Elisabeth werd vervuld met de heilige Geest
en riep met luide stem uit:
Gij zijt gezegend onder de vrouwen
en gezegend is de vrucht van uw schoot.
Waaraan heb ik het te danken,
dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt?
Zie, zodra de klank van uw groet mijn oor bereikte,
sprong het kind van vreugde op in mijn schoot.
Zalig zij, die geloofd heeft dat tot vervulling zal komen
wat haar vanwege de Heer gezegd is.
Homilie
Vandaag is heel het gebeuren tussen God en zijn volk samengedrongen in een ontmoeting van twee personen. In het Hooglied zijn het Israël, de bruid, en God, de Bruidegom. Hij, de Bruidegom, komt over de heuvels, snelt voort. Hij is verborgen achter de muur van ons huis. Hij ziet door het raam en kijkt door de tralies naar binnen. En Hij roept tot zijn bruid, die ook verborgen is: "Sta op, mijn liefste. Kom toch mijn schoonste, mijn duif die u verscholen hebt in de kloven van het gesteente, in de holten van de rots." Twee personen, ieder verborgen, en zij openbaren zich in het verborgene aan elkaar.
Zo is ook de ontmoeting van Maria, die ook van de heuvels komt, de heuvels van Galilea, de moeder des Heren, en Elisabeth, de moeder van Johannes de Doper. En in díe ontmoeting de ontmoeting tussen de Heer, pas mens geworden in de schoot van Maria, en Johannes de Doper, de voorloper, de aanwijzer. Oud en Nieuw Verbond ontmoeten elkaar. Maar niet zomaar, als een ontmoeting van personen die niet gezien willen worden, maar als een ontmoeting van personen die elkaar juist wel willen ontmoeten in de liefde. Het is een geheim van het hart, dat een liefdesspel speelt, het spel van de lokvlucht, vlucht om te lokken. Een geheim dat alleen toegankelijk is voor wie gelooft en bemint. "Zalig zij, die geloofd heeft, dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is."
Alles wat God aan zijn volk heeft gedaan, kun je zien, en de woorden die Hij tot mensen gesproken heeft, kunnen we allemaal horen, die kunnen we allemaal lezen in de heilige Schrift. Wat je niet kunt zien is waar het vandaan komt. Het komt uit een goed, minnend Hart. Dat kun je niet zien, dat kun je niet horen, dat kun je alleen geloven. Zalig zij die geloofd heeft, dat tot vervulling zal komen wat haar vanwege de Heer gezegd is.
Wat is haar dan vanwege de Heer gezegd? Het eerste is: "De Heer is met u (Lc 1,28). Dan: Gij zult de moeder worden van de Verlosser, de Zoon van de Allerhoogste (Lc 1,32). En op de vraag: Hoe zal dit geschieden daar ik geen man beken? is het antwoord: De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen" (Lc 1,34.35). Zoals eertijds in Israël de tent van de samenkomst overhuifd werd door een wolkkolom waarin Gods aanwezigheid verborgen was, zo werd Maria overhuifd door de heilige Geest, de verborgen God.
In Maria is heel het volk en ook wij overhuifd door de heilige Geest. Niet als volk als geheel, maar ieder persoonlijk. Je kunt je dus niet verbergen achter wat er uiterlijk gebeurt. Op Kerstmis kun je je alleen persoonlijk voorbereiden. De dingen die door de wereld, door de maatschappij, worden aangedragen, ook door de Kerk in aansluiting op wat er in de maatschappij gebeurt aan uiterlijke voorbereidingen, staan soms de innerlijke voorbereiding eerder in de weg dan dat ze er een bijdrage aan leveren. Want wat met Kerstmis gebeurt, is altijd wat er tussen God en zijn volk gebeurde, een persoonlijke ontmoeting tussen de Heer en die ene die jij bent. Daarom heel die sfeer van innigheid, van inkeer, van ingetogenheid. Daarom ook die sfeer van armoede, van verlatenheid. Dat richt de aandacht naar binnen toe op de hartsgeheimen van God voor ieder van ons persoonlijk.