Vrijdag in de derde week van Pasen
        Heilige Stanislaus, bisschop en martelaar


Eerste lezing: Handelingen 9,1-20 [I 194]
Evangelie: Johannes 6,52-59 [I 195]


Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes


In die dagen geraakten de Joden
met elkaar in twist en zeiden:
“Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?”
Jezus sprak daarop tot hen:
“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u,
als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet
en zijn bloed niet drinkt,
hebt gij het leven niet in u.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt
heeft eeuwig leven
en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.
Want mijn vlees is echt voedsel
en mijn bloed is echte drank.
Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt
blijft in Mij en Ik in hem.
Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben
en leef door de Vader,
zo zal ook hij die Mij eet leven door Mij.
Dit is het brood, dat uit de hemel is neergedaald.
Het is niet zoals bij de vaderen
die gegeten hebben en niettemin gestorven zijn:
wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.”
Dit zei Jezus bij zijn onderricht
in de synagoge van Kafarnaüm.

Homilie  


De eerste lezing gaat over Paulus' bekering: van Saulus tot Paulus. Wat een verhaal! Daar gebeurt tenminste iets. Het spreekt tot je verbeelding, en als je veel fantasie hebt, maakt dit een onuitwisbare indruk. Maar heb je weinig verbeelding, dan kan de werkelijkheid achter wat je ziet en hoort, wel eens dieper tot je doordringen. Mensen met veel verbeelding zijn dikwijls ook mensen met veel gevoel, die reageren op de buitenkant van de dingen, op de buitenkant van situaties; als je minder fantasie hebt en ook minder gevoel, dan zou het wel eens kunnen zijn, dat je je gemakkelijker bewust wordt van wat er aan de binnenkant gebeurt. Dan zou je oog kunnen krijgen voor wat er met Saul gebeurd is: eerst hoog te paard en, eenmaal op de grond geslingerd, klein geworden; van een vervolger van christenen naar een volger van Christus; van iemand die veel kwaad doet aan de heiligen, die de heiligen veel doet lijden, tot iemand die uitverkoren is door God, aan wie duidelijk gemaakt wordt dat hij veel zal moeten lijden in Jezus' naam. Als je díe buitenkant ziet, zou je eigenlijk ook moeten doordringen in wat er aan ons gebeurt in de eucharistie, want dat is eigenlijk precies hetzelfde.

Vervolgde christenen worden Jezus zelf. "Ik ben Jezus die gij vervolgt." Brood en wijn worden het Lichaam en Bloed van Christus. Maar ook degenen die aan de viering deelnemen, en daar gaat het eigenlijk om, worden getranssubstantieerd, van zelfstandigheid veranderd. "Ikzelf leef niet meer, zegt sint Paulus, de helemaal bekeerde, Christus is het die leeft in mij” (Gal 2,20). Dat is nu precies wat Jezus vandaag zegt: “Wie mijn Vlees eet en mijn Bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem."

Jezus gebruikt hier grote woorden, maar de werkelijkheid is nog groter. Het gebeurt echt aan ons. In het begin is Jezus nog maar een voorbeeld, wordt Hij ons als voorbeeld voorgehouden, ook in de woorddienst, maar aan het eind van de viering is Hij in ons. "Gij in Mij en Ik in u!"

Saulus wordt omstraald door een licht uit de hemel. "Toen hij op zijn tocht Damascus naderde omstraalde hem plotseling een licht uit de hemel." Wat krijgen wij in de eucharistie? Brood uit de hemel! “Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald.”
Dat licht deed Saulus deemoedig neerzinken op de grond. “Plotseling omstraalde hem een licht uit de hemel en hij viel ter aarde." Wat doen wij bij de consecratie, als het Brood, Jezus, uit de hemel is neergedaald op de altaartafel? De priester en u allen zinken in deemoed neer op de grond, want op dat moment bestaat alleen Jezus nog maar voor ons. Al het andere verdwijnt naar de achtergrond, zoals dat ook voor Saulus het geval was. Alles werd donker voor hem. "Saulus stond van de grond op, maar hoewel zijn ogen open waren zag hij niets." Zo bleef het witte licht van Jezus als het Licht der wereld in zijn geest hangen.
Maar gebeurt dat eigenlijk bij ons ook niet zo? Misschien op een andere wijze, maar toch. Bij de dankzegging trekken we ons terug op Hem en heel de wereld om ons heen laten wij voor wat ze is. Hij alleen is de enige. Hij, die met zijn grote liefde alleen bij mij wil zijn, en mij deel wil geven aan zijn goddelijke liefde.

Jezus heeft het aldoor over vlees en bloed. Het zal u wel opgevallen zijn hoe dikwijls dat in deze lezing terugkeerde. "Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?” … “Als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt.” … “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt heeft eeuwig leven.” … “Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank." Wat kan daar nu de bedoeling van zijn? Je zou kunnen zeggen: Jezus wil laten horen dat Hij echt mens is, maar dat hoefde Hij aan de Joden tot wie Hij deze woorden sprak niet te vertellen, want wat zagen ze? Een mens van vlees en bloed! Wat Jezus in die woorden tot uitdrukking wil brengen, is dat Hij echt God is; dat Hij bezield is door een goddelijke liefde. Dat Hij Iemand is die in zijn liefde tot het uiterste gaat en daar zelfs geen wederliefde voor terugverwacht. Die liefde van Hem is ook geen beloning, of een antwoord op liefde van de mensen. Het zijn juist zondaars die Hij liefheeft. Dat nu is goddelijke liefde en daarvoor geeft Hij zijn leven.

Want als je vlees en bloed afzonderlijk noemt, los van elkaar, dan betekent dat: het gedode lichaam, het vergoten bloed. Daarom ook wordt bij het Laatste Avondmaal gezegd, en soms ook bij de woorden van de consecratie, dat die tweede consecratie van de wijn plaatsvindt ná de maaltijd, dus gescheiden van de consecratie van het brood tot het Lichaam. Daarin komt die scheiding tot uitdrukking en wordt voor iedereen duidelijk: Jezus geeft zijn leven. Hij laat zijn bloed vergieten. Van daaruit krijgt de zogenaamde vermengingsritus een diepere betekenis. Want na het Onze Vader en het toegevoegde gebed: 'Verlos ons Heer van alle kwaad', neemt de priester de Hostie, breekt die in tweeën, en laat een heel klein partikeltje van één van die helften in de kelk vallen. De van elkaar gescheiden elementen van lichaam en bloed worden bij deze vermengingsritus weer bij elkaar gebracht als een teken van de verrijzenis.

Hij is voor ons gestorven uit liefde en Hij is voor ons verrezen door de bekrachtiging van zijn Vader. Dat is óns Damascusgebeuren, en dat mogen wij in alle stilte, in geloof, evengoed meemaken als Paulus, die dat met zoveel zintuiglijkheid heeft meegemaakt, maar óók in geloof.