Eerste lezing: Exodus 12,1-8.11 [A 62]; antwoordpsalm: Psalm 116,12-13.15-16ac.17-18 [A 62]
tweede lezing: 1 Korintiërs 11,23-26 [A 63]; vers voor het evangelie: Johannes 13,34 [A 64]
Evangelie: Johannes 13,1-15 [A 64]
De lezingen zijn gemeenschappelijk in de cycli van de jaren A, B en C
Inleiding
In het intredelied zongen we: 'Nos autem gloriari oportet in Cruce Domini nostri Jesu Christi.'
'Wij roemen op het kruis van onze Heer Jezus Christus.' Roemen op het kruis is roemen op het symbool van de vernedering, op het hout van de schande, de schandpaal, de paal waaraan iemand hangt om het beeld te zijn van een door God vervloekte. Dat houdt in dat Iemand tot in het diepste vernederd is, en daarop roemen wij als een overwinnaar. Waarin bestaat dan de overwinning? De overwinning bestaat in de overwinning op de hoogmoed van de mens, het aan God gelijk willen zijn, het mensentype dat zelf wil uitmaken wat goed en kwaad is, dat het oordeel zelf in handen neemt en het niet aan God wil overlaten, dat zelf de staf wil breken over mensen. De overwinning bestaat er ook in, dat er een nieuw mensentype is ontstaan dat nederig is, dat vernederingen kan accepteren zonder boos of opstandig te worden, een mensentype dat zachtmoedig is, ten einde toe. Die mens is met Jezus aan het kruis geboren. Dat geldt evenzo voor de Kerk, zij leeft van het lichaam, van het vlees en bloed, van deze Verlosser.
Vandaag vieren we dat Jezus slachtoffer is van zijn eigen Sacrament, het teken van zijn zelveloze liefde, van de liefde zelf. Ook dat geestelijk lijden, dat liefdeslijden, dat gekwetst worden in zijn Hart, doorstaat Jezus met dezelfde zachtmoedigheid waarmee Hij al het andere kwaad heeft doorleden. Hij brengt eerherstel voor de zonde tegen zijn aan ons uitgeleverde liefde. Het is de avond bij uitstek om zich de eigen zonde tegen de eucharistie te binnen te brengen, ons ongeloof, dat we niet geloven in zijn liefde, dat de eucharistie voor ons een hol en leeg ritueel is, dat we ondankbaar zijn, onachtzaam, bij het vieren van dit geheim in de liturgie, maar vooral in ons tekort schieten eucharistie te zijn. Dat wil zeggen zachtmoedig en nederig te zijn tot het uiterste toe.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes
Het paasfeest was op handen.
Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was
om uit deze wereld over te gaan naar de Vader
en die de zijnen in de wereld bemind had,
gaf hun een bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe.
Onder de maaltijd,
toen de duivel reeds aan Judas Iskariot, de zoon van Simon,
het plan had ingegeven om Hem over te leveren,
stond Jezus van tafel op.
In het bewustzijn dat de Vader Hem alles in handen had gegeven
en dat Hij van God was uitgegaan en naar God terugkeerde,
legde Hij zijn bovenkleren af,
nam een linnen doek en omgordde Zich daarmee.
Daarop goot Hij water in het wasbekken
en begon de voeten van de leerlingen te wassen
en ze met de doek waarmee Hij omgord was af te drogen.
Zo kwam Hij bij Simon Petrus, die echter tot Hem zei:
Heer, wilt Gij mij de voeten wassen?
Jezus gaf hem ten antwoord:
Wat Ik doe begrijpt ge nu nog niet,
maar later zult ge het inzien.
Toen zei Petrus tot Hem:
Nooit in der eeuwigheid zult Gij mij de voeten wassen!
Jezus antwoordde hem:
Als gij u niet door Mij laat wassen,
kunt gij mijn deelgenoot niet zijn.
Daarop zei Simon Petrus tot Hem:
Heer, dan niet alleen mijn voeten,
maar ook mijn handen en hoofd.
Maar Jezus antwoordde:
Wie een bad heeft genomen, behoeft zich niet meer te wassen,
tenzij de voeten, hij is immers helemaal rein.
Ook gij zijt rein, ofschoon niet allen.
Hij wist immers wie Hem zou overleveren.
Daarom zei Hij: Niet allen zijt gij rein.
Toen Hij dan hun voeten had gewassen,
zijn bovenkleren had aangetrokken en weer aan tafel was gegaan,
sprak Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?
Gij spreekt Mij aan als Leraar en Heer,
en dat doet gij terecht, want dat ben Ik.
Maar als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen,
dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen.
Ik heb u een voorbeeld gegeven,
opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.
Homilie
Jezus, die wist dat zijn uur gekomen was." Hij wist wie Hem zou overleveren. Hij weet wat Hem zou overkomen, Hij weet ook wat u overkomen is in uw leven, wat u overkomt, en nog overkomen zal. Tot onze geruststelling weet Hij ervan, precies zoals God geruststellend tot Mozes sprak: "Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden" (Ex 3,7). Het kennen van God is niet alleen maar opgeslagen in een dossier, met nummer zoveel. Nee, zíjn kennen is een kennen met het Hart. Hij heeft daar gevoel bij. En Hij verbindt er consequenties aan: "Ik daal af om mijn volk te bevrijden.
Het geweeklaag van de Israëlieten is tot Mij doorgedrongen en Ik heb ook gezien hoezeer de Egyptenaren hen onderdrukken" (Ex 3,8.9). Het is heel diep in Mij binnengegaan en Ik ga er wat aan doen.
Dat is het scharnierpunt in de geschiedenis van de verhouding tussen God en de mensen. Tot dan toe gingen de mensen met God om als met een grote Onbekende, ze projecteerden hun verlangens en hun angsten op iets wat zij God noemden. Maar vanaf het moment dat God Zich aan Mozes heeft geopenbaard, blijft God nog wel de Transcendente, de Onnoembare, de Onbekende, maar één ding wil Hij ons laten weten, dat heeft Hij neergelegd in de naam 'Jahweh': 'Ik ben er voor u.' Ik weet ervan. Het gaat Mij aan mijn Hart. Ik ken uw lijden. Tot onze geruststelling.
Voel je je in de steek gelaten, verraden? Jezus weet ervan, Jezus weet wat het je doet. Jezus heeft het ongeloof, verraad, laster, eenzaamheid, pijn, gekwetstheid bij voorbaat verwerkt. Hij is er klaar mee in een alles weten. Hij weet ervan! Dat is een geruststelling voor ons. Paus Johannes Paulus II heeft bij gelegenheid van Witte Donderdag eens in een brief aan zijn priesters geschreven,: 'Ik heb bewondering voor uw discreet volhardend en creatief dienstbetoon. Ik weet dat het soms onder tranen van de ziel gebeurt, tranen die alleen God ziet en bewaart in zijn kruik.' Gedeelde smart is halve smart. Blijf niet alleen met je smart, er is Iemand naast je, vlak bij je, misschien wel zo vlak bij je dat je Hem niet eens opmerkt met je gevoelens, maar met de gevoelens van je hart, van je gelovige hart kun je Hem waarnemen. Hij wil je deelgenoot zijn. "Als je je niet door Mij laat wassen, kun je mijn deelgenoot niet zijn. Als wij het niet meer weten, zoals de leerlingen: Waar moeten wij brood kopen om deze mensen te laten eten? Dit zei Hij om hem op de proef te stellen, want zelf wist Hij wel wat Hij ging doen" (Joh 6,5-6), Hij weet ervan
Jezus weet dat de Kerk vergrijst, steeds meer vergrijst, dat er bijna geen jong bloed bij komt. Was zijn begin niet hetzelfde? Twee oudjes aan zijn wieg: Simeon en Hanna. Hij deelt onze vereenzaming. Er waren alleen maar vrouwen bij zijn kruis, zijn eerste heilige mis. Jezus weet ervan. Maar ook het goede, ook daar weet Hij van. Dat zegt Petrus immers driemaal tot Jezus, als deze hem tot driemaal toe vraagt of hij Hem liefheeft: "Heer, U weet alles; U weet dat ik U bemin" (Joh 21,15-18). Dat weten, dat samen weten, dat gekend worden, dat bemind worden, dat maakt alles weer goed.
Als de mensen je laten vallen, weet dat Jezus hetzelfde ondervonden heeft. En wat deed Hij tegen zijn verraders, tegen zijn overleveraars? Hij ging er niet tegenin, maar Hij gaf Zich er aan over. Hij werd overgeleverd en Hij gaf Zichzelf over zonder dat je kunt zien wie nu de eigenlijke is die het doet. Als Hij Zich overlevert, dan is dat een bekroning op Judas' werk. Hij houdt de zonde niet tegen, Hij vernietigt de zondaar niet, maar ontkracht de zonde door er aan te lijden.
Wij zijn een Kerk die overgeleverd is aan de kritiek van een wereldse rechtbank. De Kerk, het gekruisigde Lichaam van Christus, dat zijn wij. Maar dan moeten wij ook doen zoals Hij. Het verraad en de zonde die aan je geschieden, moet je in je halen, tot in het diepst van je hart laten neerzinken, tot daar waar Hij Zich met jou verenigd heeft door het doopsel, in de diepste diepte van je hart, en er zo een verlossend lijden van maken.
Zojuist werd het evangelie van de voetwassing voorgelezen. Jezus heeft zijn aanzien afgelegd, is als het ware niets geworden voor ons. God op de knieën, Zich buigend tot onder onze voeten, voor ons. Zo mogen ook wij het lijden dragen dat mensen ons aandoen. Er niet vijandig tegenover staan, maar er verlossend lijden van maken. Geen zelfmedelijden, geen zielig slachtoffer zijn, maar actief meedragen, of liever gezegd: samen dragen. Hij draagt het in je. Jezus weet ervan. "Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?"
De kruisweg is een weg, is een wegtrekken, een voortgaan, een uittocht door de wereld heen naar de nieuwe Wereld. De grote Dienaar Jezus tekent die weg voor ons uit. Het kruis mag gedragen worden tot heil van jezelf en van anderen. Jezus weet ervan.
En nu, vanavond, mogen wij Hem bedanken, dat wij in dit bewustzijn mogen leven, dat wij onszelf mogen overgeven aan God en aan de mensen, dankzij Jezus, die Zich aan ons, mensen, heeft overgeleverd.