Eerste lezing: Rechters 13,2-7.24-25a [I 39]
Evangelie: Lucas 1,5-25 [I 40]
Inleiding
Heel de aarde zou eigenlijk God moeten aanbidden en Hem, de Allerhoogste, lof brengen. Maar mensen doen dat niet, tenminste niet alle mensen van heel de aarde. Vandaag brengen we ons dat te binnen, dat wij hier staan met ons schamele groepje en met onze schamele inzet, met dat kleine stukje van ons hart, dat wij ter beschikking stellen voor de lof van God, voor zijn aanbidding. Wij staan hier niet vanuit onszelf, maar er is er Één geweest, één Mens, die God alle eer gaf die Hem toekwam, die alle oneer van de mensen heeft geleden en met barmhartigheid heeft gedragen: Jezus zelf. Dat is wat ons in het eerherstel op de juiste plaats doet staan: deelnemen aan Jezus' eerherstel.
Belijden wij dan eerst onze schuld, ons gebrek om God te aanbidden en Hem alle eer te geven, met heel ons hart, om dit Geheim van Jezus' eerherstel te kunnen vieren.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Lucas.
In de dagen van Herodes, koning van Judea,
leefde er een priester, Zacharias geheten
die behoorde tot de klasse van Abía.
Hij had een vrouw uit de dochters van Aäron
en haar naam was Elisabeth.
Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen
en leefden onberispelijk
volgens alle geboden en voorschriften van de Heer.
Zij hadden geen kinderen
want Elisabeth was onvruchtbaar
en beiden waren al op gevorderde leeftijd.
Toen Zacharias voor God als priester mocht optreden
omdat zijn klasse de beurt had,
geschiedde het dat hij,
- zoals onder de priesters gebruikelijk was -
door het lot werd aangewezen
om de tempel des Heren binnen te gaan
en het wierookoffer op te dragen.
Het gehele volk
stond op het uur van het wierookoffer buiten te bidden.
Er verscheen hem een engel des Heren
aan de rechterkant van het wierookaltaar.
Toen Zacharias hem zag ontstelde hij
en werd door vrees bevangen.
Maar de engel sprak tot hem:
Vrees niet Zacharias, want uw bede is verhoord;
Uw vrouw Elisabeth zal u een zoon schenken
die gij Johannes moet noemen.
Ge zult verheugd zijn en het uitjubelen
en vele mensen zullen zich over zijn geboorte verblijden.
Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer;
wijn of sterke drank zal hij niet drinken
en nog in de schoot van zijn moeder
zal hij met de heilige Geest vervuld worden.
Vele zonen van Israël zal hij terugbrengen tot de Heer, hun God.
Hij zal voor Hem uitgaan met de geest en de kracht van Elia
om de gezindheid van de vaderen
te doen terugkeren in de kinderen
en de ongehoorzamen
te brengen tot de gesteltenis van de rechtvaardigen,
en om zo voor de Heer een welbereid volk te vormen.
Maar Zacharias zei tot de engel:
Waaraan zal ik dit erkennen?
Ik ben oud en ook mijn vrouw is reeds op jaren.
De engel antwoordde hem:
Ik ben Gabriël die voor Gods aanschijn staat,
en ik ben gezonden om tot u te spreken
en u deze blijde boodschap aan te kondigen.
Zie, gij zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken
tot de dag waarop dat zal gebeuren,
omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt;
deze zullen echter op hun tijd in vervulling gaan.
Intussen stond het volk op Zacharias te wachten
en ze verwonderden zich dat hij zolang in het heiligdom bleef.
Toen hij naar buiten kwam,
was hij niet bij machte tot hen te spreken
en zij begrepen dat hij in het heiligdom
een verschijning gezien had.
Maar omdat hij stom bleef kon hij slechts tegen hen gebaren.
Toen de tijd van zijn tempeldienst om was,
ging hij naar huis terug
en enige tijd later werd zijn vrouw Elisabeth zwanger.
Zij hield zich vijf maanden lang verborgen
en daarna sprak zij:
Dit heeft de Heer voor mij gedaan
toen het Hem behaagd had
mijn schande bij de mensen weg te nemen.
Homilie
Het is een wet van de natuur dat, wil er iets nieuws kunnen komen, eerst het oude uit zijn krachten moet zijn gegroeid. Het oude verwelkt, sterft af. In onze streken hebben we daar zelfs een heel seizoen voor: de herfst.
Als God iets nieuws gaat beginnen moet, volgens dezelfde wet, eerst de ontoereikendheid van het menselijk vermogen ten diepste worden doorleefd. Vandaag zien we in de beide lezingen een onvruchtbare vrouw die moeder wordt van een God-gewijde, de moeder van Samson en de moeder van Johannes de Doper. Menselijk onvermogen als teken, als voorbode van Gods vermogen. Van de mens wordt niets anders gevraagd dan zijn onvermogen aan te nemen en zijn geloof in Gods vermogen te bewaren.
Hoe ging dat bij Zacharias, de ontvanger van de Blijde Boodschap? Van hem en van zijn vrouw Elisabeth staat er: "Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leefden onberispelijk volgens alle geboden en voorschriften van de Heer. Maar als het erop aankomt te geloven in Gods mogelijkheden, weigert Zacharias te geloven: Waaraan zal ik dit erkennen? Ik ben oud en ook mijn vrouw is reeds op jaren. Hij vraagt niet, zoals later Maria zou doen: Hóe zal dit geschieden?", maar óf dit wel zal geschieden. Blijkbaar is dat onberispelijk levensgedrag ook niet alles. Niet dat we het met de geboden niet ernstig moeten nemen, want de geboden en voorschriften dienen ervoor om de mens van zijn eigen wil af te helpen en het kunnen loslaten van de eigen wil is de voorwaarde voor de overgave aan Gods wil. Maar het naleven van de geboden kan ook leiden tot een zekere zelfgenoegzaamheid en een vorm van eigengerechtigheid. Werkheiligheid noemen we dat.
Het is goed om onberispelijk te leven, te gehoorzamen tot in de puntjes, tot en met tittel en jota, zegt Jezus zelf (Mt 5,18), maar je moet de overgave van je hart daar niet in opsluiten. Je moet ook een beetje dwaas kunnen zijn, want de wijsheid van de mensen is dwaasheid bij God. Gods werk valt niet binnen de gewone wetten van bloei en verval, van vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid. Als dat zo zou zijn, zou de Kerk nooit over een crisis heen kunnen groeien, dan zou ze met elke crisis in de cultuur mee ten ondergaan. En dan zouden de christenen meedoen met de verwording van het kerstfeest, zoals in de hen omringende cultuur. De Kerk leeft vanuit een Bron die niet van deze wereld is: Christus die gestorven is aan de wereld, door Wie ook de wereld zelf gekruisigd is en die leeft vanuit God, die Hem verheven heeft boven alle machten en krachten van deze wereld. Dat is wat wij vieren in de eucharistie en de viering van de eucharistie is ook dé manier om Kerstmis te vieren: eucharistie is de viering van het leven van achter de dood, waarop het leven van de kleine Jezus uitgelopen is; door de dood heen leeft Hij, hier en nu en altijd: "Christus dezelfde, gisteren, heden en in eeuwigheid" (Heb 13,8).