Eerste lezing: Handelingen 4,13-21 [I 172]
Evangelie: Marcus 16,9-15 [I 173]
Inleiding
'De Heer heeft zijn volk een blijde uittocht geschonken,' zongen we in het intredelied. Zijn volk? Maar het is toch Jezus die verrezen is? Wíj moeten daar nog op wachten. Toch wordt het hier voorgesteld alsof God Jezus heeft opgewekt en in één moeite door heel het volk. En zo is het ook. De opwekking is de opwekking van de Heer en zijn volk. Een Heer zonder volk is niet denkbaar. Dat is een mens zonder lichaam. Wat aan Hem gebeurd is, gebeurt, als wij dat maar willen geloven, ook aan ons, wanneer wij ons overgeven aan die liefdesbeweging, die uitstorting van liefde uit zijn heilig Hart. Dat wij ons daaraan niet overgeven, dat is eigenlijk onze zonde.
Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Marcus
Nadat Jezus in de vroege morgen
van de eerste dag van de week verrezen was,
verscheen Hij het eerst aan Maria Magdalena,
uit wie Hij zeven duivels had uitgedreven.
Deze ging het vertellen
aan hen die zijn metgezellen waren geweest
en nu rouwden en weenden.
Maar toen die hoorden, dat Hij leefde
en door haar gezien was, geloofden zij het niet.
Daarna verscheen Hij in een andere gedaante aan twee van hen,
toen dezen te voet op weg waren naar buiten.
Nadat dezen teruggekeerd waren,
vertelden ze het aan de overigen,
maar zelfs zij werden niet geloofd.
Later verscheen Hij aan de elf,
terwijl zij aan tafel aanlagen.
Hij maakte hun een verwijt van hun hardnekkig ongeloof,
omdat zij geen geloof hadden geschonken
aan degenen die Hem gezien hadden, nadat Hij verrezen was.
Daarop sprak Hij tot hen: Gaat uit over de hele wereld
en verkondigt het evangelie aan heel de schepping.
Homilie
Hij maakte hun een verwijt vanwege hun hardnekkig ongeloof." Wat is daar nu aan te verwijten, dat iemand niet gelooft? Geloof moet je worden geschonken. Als iemand niet gelooft, dan is het geloof hem niet geschonken. Maar de leerlingen wordt niet verweten dat ze niet geloven, maar hun wordt hun hardnekkig ongeloof verweten. Dat zij de tekenen op grond waarvan zij zouden kunnen geloven, wel hebben gezien, maar hun geloof, hun overgave eraan, hebben geweigerd.
Welke tekenen zijn dat dan? Ze hebben toch niet gezien wat die eerste geloofsgetuigen hadden gezien en wat hen tot overgave had gebracht? Ze hadden toch niet, zoals Maria Magdalena, die de allereerste was, een verschijning gehad van Jezus. "In de vroege morgen van de eerste dag van de week verscheen Hij het eerst aan Maria Magdalena." Ze hadden toch niet zoals de Emmaüsleerlingen Hem gehoord en gezien bij het breken van het brood? Nee, dat hadden ze niet gehoord en niet gezien. Maar ze hadden wel andere tekenen gezien en gehoord. Om te beginnen de gedaanteverandering van Maria Magdalena. Die vrouw was veranderd. Van een wenend en droevig iemand, zoals zij allemaal waren, "zij rouwden en weenden," staat er, was zij veranderd in een stralende vrouw. En dat zonder opwinding van mensen die zichzelf iets wijs maken, zich tot blijdschap opwerken, nee, zij wás vreugde en hoop. De boodschap die zij bracht, werd door heel haar wezen bevestigd. Zij zegt: Jezus is verrezen, en haar wezen zegt: ik ben verrezen. Ik ben van de dood naar het leven overgegaan. En terwijl zij zo voor hen stond, bleven zij dood. Bleven zij in de rouw. Zij geloofden het niet. Jezus was dood en Jezus bleef dood en zij met Hem.
Daarna kwamen die twee uit Emmaüs terug, ook veranderd. Van mensen zonder hoop in mensen vol vreugde. "Onderweg spraken zij met elkaar over alles wat was voorgevallen (Lc 24,14). Zij hadden zó gehoopt. Nu waren ze alle hoop kwijt. Zonder hoop, hopeloos. Zo zagen ze er ook uit toen Jezus hen aansprak. Wat is dat voor een gesprek dat ge onder weg met elkaar voert? Ze bleven met een bedrukt gezicht staan (Lc 24,17). Nadat ze hun hopeloosheid hadden uitgesproken en het hele verhaal verteld, begon Hij te spreken. Toen hebben zij naar Hem geluisterd en het is erin gegaan wat Hij zei. Ze hebben geluisterd met hun hart. Brandde ons hart niet in ons, terwijl Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften verklaarde? (Lc 24,32). Onmiddellijk daarna zijn ze opgestaan en teruggekeerd, juichend. Hun blijdschap was geen strovuur, een gevoelsblijdschap, een gevoelsuitbarsting, maar een blijdschap van hun hart, een blijdschap in de kern van hun wezen. Brandde ons hart niet in ons, en daar bedoelden zij hun innerlijk mee, toen Hij ons de Schriften verklaarde?"
Zo staan ze daar dan in levende lijve voor hun broeders, met de boodschap: Hij leeft, en diezelfde boodschap wordt aanschouwelijk in hun uiterlijk. Het hart kun je niet zien, maar het hart uit zich in je lichaam, in je houding, in je ogen, in je oogopslag. Ze zien eruit als helemaal opgenomen in een nieuwe liefde. Ze zijn nog helemaal zichzelf, ze zijn nog helemaal de oude schepping en tóch zijn ze helemaal anders. Ze zijn helemaal van een Ander. Ze zijn helemaal opgenomen in de liefde van God, aan Wie ze zich hebben overgegeven.
Zo hebben de leerlingen ook indruk gemaakt op de mensen. De leerlingen maakten indruk door "de vrijmoedigheid" van hun optreden, zo staat er in de eerste lezing. Eens bange mensen waren ze nu zonder vrees. Ze waren als het ware afgestorven aan zichzelf. Ze waren ook door de dood heengegaan, maar ze waren verrezen met een nieuw leven. Van het wonder dat die mannen gedaan hadden, kwam de Joodse overheid niet onder de indruk, wél onder de indruk waren ze van de manier waarop zij getuigden van Jezus. "In die dagen stonden de hogepriesters, de oudsten van het volk en de schriftgeleerden verbaasd toen ze de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen. En tenslotte zat er niets anders op, zozeer onder de indruk waren zij, dat zij hen in vrijheid stelden omdat zij met het oog op het volk niet wisten hoe zij hen moesten straffen; want allen verheerlijkten God om hetgeen er gebeurd was."
Ja, ze verheerlijkten God om de opstanding van die genezen man, maar nog veel meer om de opstanding van de leerlingen, dat zij andere mensen waren geworden. Allemaal verrezen mensen door de tekenen van de opgestane en verrezen apostelen. Zo gaat de boodschap de wereld over. Laat je in je hart raken. Geef je met hart en ziel over aan de Verrezene. Leef met Hem. Luister naar zijn woord.
Straks ontvangt u de tekenen van zijn liefde. Dat het er diep mag ingaan, tot in uw hart, zodat ook u nieuwe mensen wordt, verrezen met Hem.