Zondag onder het octaaf van Kerstmis
                               Feest van de Heilige Familie



Eerste lezing: Sirach 3,2-6.12-14 [A 25]; antwoordpsalm: Psalm 128,1.2-3,4-5 [A 25];
tweede lezing: Kolossenzen 3,12-21 [A 26]; vers voor het evangelie: Kolossenzen 3,15a.16b [A 27]
Evangelie: Matteüs 2, 13-15.19-23 [A 27]


Inleiding  
   
Het heilig Huisgezin is het model van christelijk samenleven in het gezin, maar ook in allerlei andere vormen van gemeenschapsleven of verbanden waar mensen op de een of andere manier met elkaar verkeren, zoals: sport, cultuur, politiek. Zij kunnen zich allemaal in de geest herkennen. Met dit feest van de heilige Familie wordt in deze communiteit van priorij Nazaret vandaag ook het titelfeest gevierd van deze gemeenschap. Jozef is de beschermheer van deze kapel, maar hij is dat ook van het hele instituut. En Maria, ook een lid van het heilig Huisgezin, is in alle huizen van dit instituut de eigenlijke overste. Tevens is het feest van het heilig Huisgezin dan ook nog eens het titelfeest van het hele instituut. Enfin, geen feest waarin zoveel te herkennen is voor ons hier en voor iedereen als dit feest, zoveel te herkennen en zoveel te vieren, maar daarom ook zoveel om onszelf onder kritiek te stellen. Wat hebben we ervan gemaakt? Wat doen we met al die mooie voorbeelden? We maken ons bewust van onze tekorten, van ons verwaarlozen van de genade die ons werd gegeven, in goed vertrouwen dat Hij met ons opnieuw wil beginnen, zoals Hij in het verleden steeds heeft gedaan. We zijn toch maar kinderen die vallen en opstaan, het hele leven door. Op zondag vieren wij de boete-act met de bijzondere vorm van de boete-act van ons doopsel, waarbij wij ons hele menszijn, onze oude mens, in het water van het lijden en de dood van Jezus hebben laten onderdompelen, om er als nieuwe mensen uit op te staan.

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Matteüs

Toen de Wijzen waren heengegaan
verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef
en sprak:
“Sta op, neem het Kind en zijn moeder,
vlucht naar Egypte
en blijf daar tot ik u waarschuw,
want Herodes komt het Kind zoeken om Het te doden.”
Hij stond op en week in de nacht
met het Kind en zijn moeder naar Egypte uit.
Daar bleef hij tot aan de dood van Herodes,
opdat in vervulling zou gaan
wat de Heer gesproken had door de profeet:
“Ik heb mijn Zoon geroepen uit Egypte.”
Nadat Herodes gestorven was
verscheen in Egypte een engel van de Heer
in een droom aan Jozef en zei:
“Sta op, neem het Kind en zijn moeder
en trek naar het land Israël,
want die het Kind naar het leven stonden zijn gestorven.”
Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder
en ging naar het land Israël.
Toen hij echter hoorde dat Archelaüs
in plaats van zijn vader Herodes over Juda heerste,
vreesde hij daarheen te gaan;
van Godswege in een droom ingelicht
begaf hij zich daarom naar het gebied van Galilea.
Hier aangekomen
vestigde hij zich in een stad Nazareth geheten,
opdat in vervulling zou gaan wat door de profeten gezegd was:
“Hij zal een Nazoreeër genoemd worden.”

Homilie
 

Heilig Huisgezin. Daarmee wordt die vorm van gemeenschap als heilig verklaard, als iets onaantastbaar. Ouders kunnen daaruit afleiden dat zij een volstrekte zeggenschap hebben over hun kinderen, dat kinderen niets in te brengen hebben. Ze kunnen tot de kinderen zeggen: zelfs Jezus, de Schepper van hemel en aarde, moest nog aan zijn menselijke ouders gehoorzamen. Zo staat het er ook: "Hij ging met hen mee naar Nazaret en was aan hen onderdanig" (Lc 2,51). Nu staat die uitspraak over Jezus' onderdanigheid daar wel, maar datzelfde Kind was zomaar weggelopen bij zijn ouders, zonder er iets van te zeggen, zonder een briefje achter te laten. En toen zij Hem na drie dagen van wanhopig zoeken tenslotte aantroffen in de tempel en zij hun verontwaardiging te kennen gaven: "Kind, waarom hebt Ge ons dit aangedaan. Denk toch eens met wat een pijn uw vader en ik naar U hebben gezocht", antwoordde dat Kind doodkalm, schijnbaar zonder enig begrip voor de gevoelens van zijn ouders: "Wat hebben jullie toch naar Mij gezocht? Wisten jullie dan niet, dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?" (Lc 2,48.49). Jezus vraagt begrip voor de positie van zijn Vader, de hemelse Vader.

Kinderen behoren gehoorzaam te zijn aan hun ouders, en ook in allerlei andere verbanden zijn er vormen van gehoorzaamheid van mensen aan elkaar. Beroepen en beroepscodes waaraan de mensen moeten gehoorzamen, bijvoorbeeld dat ministers verantwoording moeten afleggen aan de mensen van de Tweede Kamer. Zo zijn er dus overal onderlinge verbanden waar vormen van gehoorzaamheid worden beoefend. Maar de mensen die gehoorzaamheid mogen vragen, staan zelf ook weer onder een hoger gezag waaraan zij moeten gehoorzamen. Om maar eens uit het Oude Verbond te citeren waaruit u zo-even nog hoorde voorlezen: "De Heer heeft een vader aangesteld over de kinderen, en de moeder recht gegeven over haar zonen." Vader en moeder hebben het te zeggen over hun kinderen, maar dat is een recht dat hun wordt gegeven en steeds weer wordt gegeven door God. Ze hebben dat recht uit te oefenen in ondergeschiktheid aan Degene van wie zij dat recht hebben ontvangen. De ouders mogen gehoorzaamheid vragen van hun kinderen, gezagsdragers mogen vragen dat er naar hen geluisterd wordt, maar de ouders moeten ook zelf gehoorzamen, en ook de gezagsdragers kunnen niet zomaar naar willekeur handelen omdat zij het voor het zeggen hebben. En daarvan, van díe gehoorzaamheid, is dat heilig Huisgezin van Nazaret misschien nog veel meer een voorbeeld dan van de gehoorzaamheid van het Kind. Want de ouders van dit Kind werden voortdurend geleid door een andere kracht van buiten het gewone menszijn.

Dat begon al bij de ontvangenis. Tegen alle wetten van de natuur in en tegen alle sociale afspraken rond huwelijk en gezin zet God zijn eigen plannen door. Jozef krijgt zelfs zijn jawoord voorgezegd: "Wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, tot u te nemen; het Kind in haar schoot is van de heilige Geest" (Mt 1,20). Het geven van een naam is vaders recht en voorrecht. Maar God wil laten merken dat Híj de eigenlijke Vader is van dit Kind en laat daarom door zijn engel weten hoe het Kind genoemd moet worden. "Uw vrouw zal een Zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen" (Mt 1,21). Ik ben de Vader. En de geboorte van Jezus, hoe kwam die tot stand? Ja, in Bethlehem, door toedoen van keizer Augustus. Maar keizer Augustus met al zijn macht voert alleen maar het besluit uit dat door de Vader was bepaald, namelijk dat het Kind in Bethlehem geboren moest worden. De omstandigheden waren ook nog helemaal tegen de wil van de ouders, want de geboorte vond niet plaats in een herberg, maar in een beestenstal. Voor het Kind was er ook geen wieg, maar een voederbak voor de dieren. Niet echt een warm nest, zoals de vogels dat nog hebben voor hun jongen en de vossen hun holen voor hún jongen (vgl. Lc 9,58).

Wat gebeurt er in dit evangelie anders, zoals u zo-even hebt horen voorlezen, dan dat vader Jozef steeds van bovenaf gedicteerd krijgt hoe hij moet handelen: "Sta op, neem het Kind en zijn moeder, vlucht naar Egypte en blijf daar tot Ik u waarschuw.” Jozef gehoorzaamt als een kind. “Hij stond op en week in de nacht met het Kind en zijn moeder naar Egypte uit. En nadat Herodes gestorven was, krijgen we weer hetzelfde patroon: “In Egypte verscheen een engel van de Heer in een droom aan Jozef en zei: Sta op, neem het Kind en zijn moeder en trek naar het land Israël. Hij stond op, nam het Kind en zijn moeder en ging naar het land Israël."

God, als Vader van heel het menselijke bedrijf, leidt het menselijk geslacht en Hij voert ook vernieuwingen in, radicale vernieuwingen. Van de oude mens naar de nieuwe mens! Kan het radicaler? Hij doet dat niet van buitenaf, Hij doet dat van binnenuit. Hij stort in de mens een nieuwe geest en een nieuw hart. Hij spreekt zijn goddelijk woord van buitenaf, een heel ander woord dan de menselijke wijsheid ooit zou kunnen verzinnen, en Hij legt dat in het hart van de mens. Via het geweten van de mens spreekt God zijn woord en leidt Hij de menselijke geschiedenis in het grote, maar ook in het kleine, in je eigen leven, in je eigen ambt, in je eigen taak. Je krijgt te doen wat je te doen hebt, de regels van het officie geven dat aan, je moet als het ware passen op de winkel zoals dat in de politiek heet, het gewone politieke bedrijf moet je uitvoeren, maar je krijgt tegelijkertijd ook nog een innerlijk beleid, een strategie, de stille wenken in je eigen hart, de wenken van het goddelijk Vaderschap.